De voornaamwoorden zij/haar en hij/hem zijn al een lange tijd onderdeel van ons dagelijks taalgebruik. Toch zijn er steeds meer mensen die zich niet comfortabel voelen bij deze voornaamwoorden. Zij gebruiken liever die/diens, hen/hun of een combinatie van voornaamwoorden.
Als je de quizzen van Pro-Now wil spelen, krijg je een variatie van voornaamwoorden voorgeschoteld. Dit komt doordat niet alle genderdiverse mensen dezelfde voornaamwoorden gebruiken. Dit verschilt per persoon. Je komt neutrale, dubbele en binaire voornaamwoorden tegen in de quiz.
Neutrale voornaamwoorden zijn voornaamwoorden die niet specifiek mannelijk of vrouwelijk zijn. Vaak worden deze gebruikt door non-binaire mensen en/of intersekse personen. Onder neutrale voornaamwoorden vallen die/diens, hen/hun en die/hen. Die/hen is een combinatie waarbij die/diens en hen/hun door elkaar worden gebruikt. Vaak is de afwisseling voor deze persoon gewenst. Er zijn ook mensen die voornaamwoorden kiezen op basis van de vervoegingen. In onze tool is dat bijvoorbeeld het geval bij Bi: Bi kiest voor hen/diens. Daarin is het persoonlijk, lijdend en meewerkend voornaamwoord hen en is het bezittelijk voornaamwoord diens.
Dubbele voornaamwoorden zijn combinaties van twee voornaamwoorden, zoals die/zij of hij/hen. Iemand vindt het dan prettig om allebei te horen, vaak omdat ze zich niet volledig identificeren met het een óf het ander. Ook kan het zo zijn dat het ene voornaamwoord in bepaalde contexten oké is — bijvoorbeeld ‘hij/hem’ voor mensen die de persoon niet goed kennen — maar in vertrouwde kring juist die/diens gewenst is.
Als je mensen tegenkomt die zich voorstellen met een andere volgorde, bijvoorbeeld die/zij in plaats van zij/die, is dat vaak omdat ze de voorkeur leggen bij het eerste voornaamwoord. Bijvoorbeeld omdat mensen in de praktijk geneigd zijn om toch vaker bijzij/haar te blijven, en ze het juist fijn vinden als mensen de combinatie goed en bewust inzetten.
Binaire voornaamwoorden verwijzen naar de traditionele tweedeling tussen man (hij/hem) en vrouw (zij/haar). Dit zijn de voornaamwoorden die de meeste mensen al kennen. Mensen kunnen ook wisselen van binaire voornaamwoorden, en dat zien we vaak bij trans binaire personen, zoals trans mannen en trans vrouwen.
Maar wanneer zeg je nou wat? Wanneer gebruik je hen en wanneer hun? En wanneer die en wanneer diens? We leggen het hieronder voor je uit!
We’ve all probably heard it before: “Hello, ladies and gentlemen.” For many people, this phrase often goes unnoticed, but for trans and non-binary people, it can trigger a dysphoric feeling. So, how can we make sure to address everyone in an inclusive and pleasant way? By using inclusive language and gender-neutral words! Why is this so important? Using inclusive language ensures no one is left out and everyone feels part of what you say or write. But what exactly does “gender-neutral” and “inclusive” mean? It depends on the context and the relationship you have with the person.
Switching to general language
Do you write emails or texts, or speak in front of groups? Avoid words like “ladies and gentlemen,” “boys and girls,” or “Ms.” and “Mr.” Using just these words excludes a whole group of people. Instead, use inclusive alternatives, such as “people,” “folks,” or “everyone.” You can also address people by their role or function, such as “students,” “colleagues,” “guests,” or “travellers.” This way, you address people without assigning a gender, which is inclusive language!
Also, much of our language is written in male form, and we don’t always know how to avoid this. Below are different ways to rephrase gender-related words or avoid them altogether. For example, you can choose a plural form:
You can also choose an article instead of a male possessive pronoun:
And then there’s the option to use ‘they’, which is already a neutral term in general language.
In addition to the examples mentioned above, there are plenty of other ways to rephrase your sentences in a more inclusive language. It might feel a bit strange at first, but the more conscious you become of it and the more often you use it, the easier it will be to get the hang of it!
Gender-free family terms
Family terms are also often gender-based. For example, “father/mother,” “brother/sister,” “uncle/aunt,” “grandfather/grandmother,” “nephew/niece.” All of these words are tied to a specific gender, and many trans and non-binary people feel uncomfortable with them. To make it easier, we’ve created a list of inclusive/gender-neutral alternatives. Don’t hesitate to get creative and come up with words that feel right for you as a trans or non-binary person!
In some situations, there aren’t yet neutral or inclusive words. Especially in the Dutch language, we’re still catching up with creating new, inclusive terms. Take a moment to think about this and try coming up with new words yourself. After all, language is something we create together!
Speak up for inclusive language Do you often hear other people use gendered words that make you feel uncomfortable, as an ally or a trans/non-binary person? Don’t hesitate to speak up and explain why it’s important to use inclusive language.