Klik hier om cookie toestemmingen te wijzigen.
Zeg hallo tegen
Jip Kuijper (die/diens)
+316 83 12 73 32
jip@bo-diversity.com
Klik hier om cookie toestemmingen te wijzigen.
Heb jij wel eens de opmerking ‘Ik doe echt mijn best hoor, maar het is gewoon wennen’ of ‘Zij, die, hij, ik snap het verschil allemaal niet’ of ‘Ja sorry, ik ga sowieso fouten maken, het is ook niet makkelijk’ gemaakt? En komt dit voornamelijk uit ongemak? Onwetendheid? Angst om het fout te doen? Dat kunnen we ons voorstellen. Daarom hebben wij, speciaal voor jou, deze blog over het goed gebruiken van voornaamwoorden geschreven.
Binaire voornaamwoorden
(Persoonlijke) voornaamwoorden worden gebruikt om mensen aan te spreken zonder een naam te noemen, ook wel; het verwijzen naar mensen in de derde persoon. Bijvoorbeeld “Daar staat ze, dit is haar tas.” Iedereen gebruikt voornaamwoorden. Je hebt het vaak niet eens door! Voorbeelden van bekende voornaamwoorden zijn: hij/hem en zij/haar. Dit gaat echter alleen uit van de tweedeling man/vrouw, en dat is beperkend. Niet iedereen identificeert zich namelijk als man of vrouw. En dan is het gebruik van alleen deze voornaamwoorden pijnlijk. Daarnaast worden voornaamwoorden vaak gebruikt naar aanleiding van iemands voorkomen. Deze aannames kunnen fout zijn, aangezien we niet uit kunnen gaan van iemands genderidentiteit op basis van het uiterlijk. Zo kan het voorkomen dat iemand zich in jouw ogen feminien kleedt, maar niet de voornaamwoorden zij/haar gebruikt. Daarbij is het ook van belang om te weten dat een genderidentiteit kan evolueren of als fluïde gezien wordt. Dit betekent dat mensen hun voornaamwoorden daar ook weer op aan kunnen passen.
De nieuwe taal
Hij/hem en zij/haar geven veel mensen in de maatschappij niet voldoende ruimte om te kunnen zijn wie ze willen zijn. Vandaar dat de taal in Nederland is uitgebreid met de voornaamwoorden die/diens en hen/hun. Het mooie aan deze toevoegingen, is dat iedereen kan kiezen waar die zich het liefste mee identificeert. Zo kan je collega het fijn vinden om aangesproken te worden met hij/hem, je leraar met zij/die, en je vriend met hen/hun. Zoals je ziet, kunnen er dus ook combinaties gemaakt worden tussen de verschillende voornaamwoorden. Als iemand gecombineerde voornaamwoorden heeft, zoals hij/hen of zij/die, is het niet de bedoeling dat je één voornaamwoord kiest en de andere (bijna) niet gebruikt. Diegene wil juist dat allebei de voornaamwoorden gebruikt worden.
Wat is belangrijk om te onthouden? Dat je niet op basis van iemands voorkomen of (on)geschreven regels iemands voornaamwoorden kiest, maar altijd aan de betreffende persoon vraagt met welke voornaamwoorden diegene aangesproken wil worden, en deze dan ook gebruikt. Door hiernaar te vragen spreek je iemand niet verkeerd aan en misgender je niemand. Wil je hier meer over weten? Lees dan ook de blog ‘Hoe weet je de voornaamwoorden van een ander?’
Hier een voorbeeldzin met de voornaamwoorden zij/haar:
“Zij heeft echt een goede kledingstijl, ik zou wel eens een kijkje in haar kast willen nemen.”
Hier een voorbeeldzin met de voornaamwoorden hij/hem:
“Ik kende hem al voordat hij bekend werd. Hij is bekend geworden met zijn zangcarrière.”
Hier een voorbeeldzin met de voornaamwoorden die/hen:
“Die houdt enorm van schoenen verzamelen, dat is echt hun passie. Hen heeft laatst nieuwe schoenen gekocht voor diens verzameling.”
Hier een voorbeeldzin met de voornaamwoorden hij/die:
“Ik heb zo hard gelachen met Otto gisteren! Hij vertelde me bijvoorbeeld dat die gisteren gestruikeld was in de trein en bovenop een ouder persoon viel.”
Hier een voorbeeldzin met de voornaamwoorden zij/hen:
“An staat daar in de verte, je kan haar herkennen aan hun grote rode bril.”
Hier een voorbeeldzin met de voornaamwoorden die/diens:
“Ik heb overmorgen een afspraak met die. Die is diens laptop namelijk vergeten bij mij.”
Hier een voorbeeldzin met de voornaamwoorden hen/hun:
“Hen is altijd al geïnteresseerd geweest in vlinders. Heb je hun vlinder tuin al eens bekeken?”
Have you ever said something like, “I’m really trying, but I’m just adjusting,” or “They, he, she — I don’t get the difference,” or “I’m sorry in advance, but I’m bound to make mistakes; it’s just confusing”? If so, you might be feeling some discomfort, uncertainty, or fear of getting it wrong — and that’s understandable. That’s why we’ve written this guide to use pronouns correctly, designed especially for you.
Binary pronouns
Personal pronouns are used to refer to people without mentioning their names — for instance, “She’s over there; this is her bag.” Everyone uses pronouns, often without even noticing! Common pronouns include he/him and she/her, but these only account for the male/female binary, which can be limiting. Not everyone identifies as male or female, and using only those pronouns can be hurtful for some. Pronouns are often assumed based on someone’s appearance, but these assumptions can be incorrect, because we simply can’t determine someone’s gender identity based on their looks. For example, someone might dress in a way you see as feminine but might not use she/her pronouns. It’s also important to remember that gender identity can evolve or be fluid, meaning people may update their pronouns as they see fit.
Expanding language
He/him and she/her doesn’t allow for many people enough room to be themselves, so the Dutch language has added the pronouns die/diens and hen/hun (often used as they/them in English). The beauty of these additions is that everyone can choose the pronouns they feel best reflect their identity. For example, your colleague might prefer he/him, your teacher might go by she/they, and your friend might use they/them. Sometimes, people combine pronouns, like he/they or she/they. If someone has combined pronouns, it’s important to use both rather than sticking to just one, as they prefer both to be used.
Key points to remember: Instead of assuming someone’s pronouns based on appearance or unspoken rules, always ask which pronouns they use and make an effort to respect their choice. By asking, you avoid addressing someone incorrectly and reduce the risk of misgendering. Want to learn more about this? See our blog “How can you know someone’s pronouns?”
Using she/her:
“She has such a great style; I’d love to check out her wardrobe.”
Using he/him:
“I’ve know him since he became famous. He rose to fame because of his singing career”
Using they/them:
“They love collecting shoes — it’s truly their passion. They just bought new shoes for their collection.”
Using he/they:
“I laughed so hard with Otto yesterday! He told me they tripped on the train and ended up falling on an older passenger.”
Using she/they:
“Annie is over there in the distance; you can spot her by their big red glasses.”
Using they/them:
“I have a meeting with them the day after tomorrow. They left their laptop with me.”
Uit onderzoek van The Trevor Project (2022) blijkt dat de sociale steun van familie en de leefomgeving een groot verschil maakt voor trans- en non-binaire mensen. Het zorgt ervoor dat zij zich gezien, gehoord en geaccepteerd voelen. Eén van de manieren die genoemd wordt als sociale steun, is het goed gebruiken van naam en voornaamwoorden. Maar wat verstaan we nou onder ‘goed’, wat is er nog meer nodig en hoe kunnen we dit allemaal doorvoeren in de opvoeding?
Luister, oefen en leer
Het is belangrijk dat kinderen zich gehoord voelen. Ze geven namelijk niet zomaar aan nieuwe voornaamwoorden en/of een nieuwe naam te willen gebruiken of hiermee te willen experimenteren. Ondanks dat dit voor jou misschien wennen is – en dat is oké, is het belangrijk om te luisteren en jezelf aan te leren de goede voornaamwoorden en/of naam te gebruiken. Wil een kind na een tijdje weer andere voornaamwoorden en/of een andere naam gebruiken? Geef deze ruimte en probeer mee te bewegen. Zo laat je zien dat je hen ondersteunt. Wat tegenstrijdig werkt, is om kinderen in twijfel te trekken. Dit zorgt voor meer afstand dan verbinding. Vertrouw erop dat ze vragen naar wat ze nu nodig hebben. Faciliteer een gezonde omgeving waar ze zichzelf kunnen uiten en kunnen experimenteren met hun (gender)identiteit.
Wat kan je nog meer doen?
In de ontwikkeling en opvoeding zien we dat kinderen veel in aanraking komen met de heersende genderrollen en normen in de maatschappij. Dit kan ervoor zorgen dat ze beperkt worden in de vrijheid om hun eigen identiteit te ontwikkelen. Stel kinderen daarom vanaf het begin af aan al bloot aan gendervrij speelgoed, gendervrije kleding en inclusieve opmerkingen. Zo kan je kinderen die geboren zijn met de mannelijke sekse zowel met een barbiepop als een raceauto laten spelen. En kan je tegen kinderen die met de vrouwelijke sekse geboren zijn, zeggen dat ze stoer zijn. Dat ze lief en schattig zijn, horen ze waarschijnlijk al vaak genoeg.
Een ander belangrijk punt om mee te nemen is dat je met je kinderen praat over dit onderwerp! Vertel ze hoe de wereld eruitziet en dat er vaak vanuit aannames gehandeld wordt. Benadruk hierin ook dat jij als ouder vindt dat je kind alles mag zijn wat die zelf wil, en dat er geen regels zijn binnen gender. Je wil het kind een gebalanceerde hoeveelheid meegeven en ze niet beperken in hun ontwikkeling. Let wel op dat je hier niet in doorslaat, je wil kinderen op een toegankelijke en vrije manier laten zien hoe systemen in onze maatschappij werken, en ze zelf laten experimenteren met deze uitingen.
Als laatste willen we benoemen dat het goed is om meer gendervrije woorden te gebruiken. Zo kan je de woorden broer/zus vervangen met het woord sibling – de inclusieve Engelse term, of het woord brus – een combinatie van broer en zus. En als je bijvoorbeeld over je kind praat, kan je ook in plaats van ‘mijn dochter/zoon’ ‘mijn kind’ zeggen.
Je eigen genderidentiteit
Ben jij als ouder zelf trans en/of non-binair? Welkom! Neem de ruimte om te experimenteren met je eigen (gender)identiteit. Ga het gesprek aan met je kind(eren) of partner(s) over hoe je aangesproken wil worden, ook al is dit misschien (nog) niet duidelijk voor jezelf. Als je je voornaamwoorden, aanspreekvorm en/of je naam wil veranderen, is dat oké. Als je woorden zoals vader, moeder, mama en papa niet fijn vindt, kies dan voor een andere optie. Zo gebruiken we ook woorden als ouder, baba, bibi, wawa, zaza of mapa. Jij hebt de vrijheid om te zoeken naar een term die je prettig vind, of je kan er zelf één verzinnen!
Research by The Trevor Project (2022) shows that social support from family and the environment makes a significant difference for transgender and non-binary people. It helps them feel seen, heard, and accepted. One of the ways this support can be given is using the correct name and pronouns. But what do we mean by “correct,” what else is needed, and how can we incorporate all of this into parenting?
Listen, practice, and learn
It is important that children feel heard. They don’t just mention wanting to use new pronouns and/or a new name casually, or to experiment with them. Even though this might be new for you – and that’s okay – it’s important to listen and teach yourself to use the correct pronouns and/or name. If a child wants to use different pronouns and/or a different name after some time, give them the space to do so and try to go along with it. This shows them that you support them. What works against connection is questioning the child. This creates more distance than anything else. Trust that they will ask for what they need. Provide a healthy environment where they can express themselves and experiment with their (gender) identity.
What else can you do?
In upbringing and through parenting, we see that children are often exposed to the current gender roles and norms in society. This can limit their freedom to develop their own identity. So, from the very start, you can expose children to gender-neutral toys, gender-neutral clothing, and inclusive statements to avoid this. For example, you can let a child born with male sex play with both a Barbie doll and a race car. And you can tell children born with female sex that they are strong. They probably hear enough about being sweet and cute already.
Another important point is to talk to your children about this subject. Tell them how the world works and how people often act based on assumptions. Emphasise that you, as a parent, believe your child can be whatever they want to be, and that there are no rules when it comes to gender. You want to give the child a balanced perspective and not limit their development. Be mindful not to go overboard, as you want to show children, in an accessible and free way, how systems in our society work, and let them experiment with these expressions themselves.
Finally, we want to mention that it’s encouraged to use more gender-neutral words. For example, you could replace the words brother and sister with the word sibling. Additionally, when referring to your child, you could say my child instead of my daughter or son.
Your Own Gender Identity
Are you, as a parent, transgender and/or non-binary? Welcome! Take the space to experiment with your own (gender) identity. Have a conversation with your child(ren) or partner(s) about how you would like to be addressed, even if this is not (yet) clear to yourself. If you want to change your pronouns, title, and/or name, that’s okay. If terms like father, mother, mama, or papa don’t feel right, choose another option. For instance, we also use terms like parent, baba, bibi, wawa, zaza, or mapa. You have the freedom to look for a term that feels comfortable, or you can even make one up!
It’s very simple – you don’t! You can’t tell someone’s pronouns just by their appearance, the way they talk, or their behaviour. That’s why we’ve outlined three ways to help you find out someone’s pronouns!
Just ask!
The most logical way is to simply ask someone how they prefer to be addressed. This way, you immediately have it figured out for yourself, and the chance of making mistakes is much smaller.
“I was at the school playground recently, picking up my child. Next to me was a parent whose child is in the same class as mine. She approached me and asked if I would prefer to be called ‘dad’ or ‘parent.’ I found it special that she asked me because I’m not used to it. I answered that I preferred ‘parent.'”
When you talk about someone else without them being present and want to refer to them, you can still do this generally by using words like ’they.’ Alternatively, you can refer to the task the person is doing, such as ’the photographer,’ ‘project worker,’ ‘colleague,’ etc.
Introduce yourself with pronouns
When you meet someone new, you often introduce yourself by name. Get in the habit of introducing yourself with your pronouns as well. This way, it’s immediately clear how you want to be addressed, and you encourage others to do the same. This helps prevent misgendering.
If you’re not transgender or non-binary, but you have a friend or family member who is, and they have trouble speaking up about it, it often helps if you introduce yourself with your pronouns first in their presence. This gives them more space and takes some pressure off their shoulders.
“I was at an event with my friend. When we arrived, we were quickly addressed with ‘good afternoon, ladies.’ I looked at the person and said, ‘People, we don’t identify as ladies. My name is Lot, pronouns she/they, and this is my partner Abbi, pronouns they/them.'”
Make your pronouns visible
If you want to raise awareness about the diversity of pronouns and the spectrum of gender, either as an ally or as a trans or non-binary person, add your pronouns to your email signature, your social media bio, or your WhatsApp account. This way, you make it clear how you prefer to be addressed, and you bring the topic to the attention of others. It’s a win-win!
It might still feel a bit awkward to use pronouns like ’they’ or ’them’ for one person. Many people often don’t know how to use them either. Pro-Now helps you practise so that it becomes easier for you over time!
Still unsure?
Do you sometimes feel unsure about how to refer to family members, friends, or people you meet for the first time in social situations? Don’t rely on your own assumptions or perceptions. Keep it general and neutral, or ask, when the person is present, what their pronouns are. If the person isn’t there and you can’t ask, use ‘they!’ ‘They‘ has been used for all genders in our society for a long time. It’s also a great practice for you to remember and use these ‘new’ pronouns more easily!
Heel simpel, dat weet je niet. Je kan niet aan iemands uiterlijk, manier van praten of gedrag zien wat de voornaamwoorden van iemand zijn. Wij hebben voor jou drie manieren om ervoor te zorgen dat je achter iemands voornaamwoorden kan komen!
Vraag het!
De meest logische manier is natuurlijk om aan iemand te vragen hoe diegene het liefste aangesproken wil worden. Dan heb je het gewoon meteen getackeld voor jezelf en is de kans een stuk kleiner om fouten te maken.
“Ik stond laatst op het schoolplein om mijn kind op te halen. Naast me stond een ouder wiens kind in dezelfde klas als mijn kind zit. Ze stapte op me af en vroeg aan me of ik liever papa of ouder genoemd wilde worden. Ik vond het bijzonder dat ze dit aan me vroeg, omdat ik het niet gewend ben. Ik antwoordde dat ik ouder fijn vond.”
Als je het over iemand anders hebt, zonder dat deze persoon erbij is, en je wil naar diegene verwijzen, kan dit alsnog in het algemeen door bijvoorbeeld ‘die’ te gebruiken. Je kan eventueel ook refereren aan de taak die de persoon op dat moment uitvoert, zoals de fotograaf, projectmedewerker, collega, etc.
Stel jezelf voor met voornaamwoorden
Wanneer je iemand nieuws ontmoet, stel je jezelf vaak voor met je naam. Leer jezelf aan om je ook voor te stellen met je voornaamwoorden. Op deze manier is het meteen duidelijk hoe je aangesproken wil worden en juich je anderen toe om dit ook te doen. Zo voorkom je dat je iemand misgendert.
Ben je zelf niet trans- of non-binair, maar heb je een vriend of familielied die dit wel is en heeft deze persoon moeite om zich hier continu over uit te spreken? Dan helpt het vaak als jij je als eerste voorstelt met voornaamwoorden in hun bijzijn. Dit geeft ze meer ademruimte en haalt de druk van hun schouders.
“Ik was op een evenement met mijn vriend. Bij binnenkomst werden we al vrij snel aangesproken met ‘goedemiddag, dames’. Ik keek de persoon in kwestie aan en zei ‘mensen, wij identificeren ons niet als dames. Mijn naam is Lot, voornaamwoorden zij/die en dit is mijn partner Abbi, voornaamwoorden die/diens.”
Maak je voornaamwoorden zichtbaar
Wil je graag als ally of als trans- of non-binair persoon meer bewustwording over de diversiteit van voornaamwoorden en het spectrum van gender? Zet dan in de afsluiting van je mail, de biografie van je socials of in je account van WhatsApp standaard je eigen voornaamwoorden. Zo maak je anderen duidelijk hoe jij het liefste aangesproken wil worden en breng je ook het onderwerp onder de aandacht bij mensen. Twee vliegen in één klap dus!
Het kan soms misschien nog wat onwennig voelen om voornaamwoorden als die of hen te gebruiken om één iemand aan te spreken. Veel mensen weten ook vaak niet hoe ze het moeten gebruiken. Pro-Now helpt je om hiermee te oefenen, zodat het je steeds gemakkelijker af gaat!
Nog twijfels?
Twijfel je wel eens bij familieleden, vrienden of mensen die je nieuw ontmoet en weet je niet goed hoe je in sociale situaties naar iemand moet verwijzen? Ga dan niet uit van je eigen aannames of perceptie. Houd het algemeen en neutraal of vraag, wanneer de betreffende persoon bij het gesprek aanwezig is, naar diens voornaamwoorden. Is de persoon er niet bij en ben je dus niet in de mogelijkheid het te vragen? Gebruik dan die! Die heeft als voordeel dat het al een lange tijd als verwijswoord voor alle genders wordt gebruikt in onze maatschappij. En het is meteen een goede oefening voor jou om deze ‘nieuwe’ voornaamwoorden sneller te onthouden en gebruiken!
Many people assume that sex and gender mean the same thing, but nothing could be further from the truth! Why is it important to understand that there is a difference? Because one is about your biological sex – hormones, glands, genitalia – and the other is about the cultural and societal expectations based on their sex.
Sex
When we talk about sex, we’re not just referring to what’s between your legs. We’re talking about everything in and on your body that relates to it. This includes things like sex chromosomes, sex glands, hormones, and both internal and external genitalia. These elements together make up what we call ‘sex.’ It’s called ‘sex assigned at birth’ because it refers to what was observed on the day you were born. It has nothing to do with how you feel inside.
In our society, we often see sex as a binary concept: male and female. However, this isn’t true for everyone. Around 1 in 100 people have an intersex variation, which is not exclusively ‘male’ or ‘female.’ For intersex people, there’s a variation in one or more of the aspects that determine sex during childhood development.
Gender
Gender refers to the expectations society has, based on our sex. Our society is built on gender roles and norms, which people are expected to follow. These roles and norms are often unspoken, but we all feel them. For example, only women wear skirts, dresses, or nail polish, while men wear pants. Men don’t shave their legs, but women are expected to. Women are supposed to be modest, while men are expected to be assertive. Women don’t poop, men do – and even share pictures of it with their friends. There are so many gender expectations that we continue to uphold in 2024. How suffocating! Would you like to know more about how to break these norms? Or do you want to understand more about your gender identity, expression, and how people perceive you? Then be sure to read our blog “What is the difference between gender identity, gender expression, and gender perception?”
Veel mensen gaan ervan uit dat sekse en gender hetzelfde betekent. Niets is minder waar! Waarom is het belangrijk om te weten dat hier een onderscheid in zit? Omdat het één gaat over je geslacht – hormonen, klieren, geslachtsdelen, en het andere gaat over de culturele en maatschappelijke verwachtingen van mensen op basis van onze sekse.
Sekse
Als we het hebben over sekse, dan hebben we het niet alleen over wat er tussen je benen zit. We hebben het over alles in en aan je lichaam dat daarmee te maken heeft. Dit zijn bijvoorbeeld geslachtschromosomen, geslachtsklieren, hormonen en de inwendige en uitwendige geslachtsdelen. Deze elementen maken samen deel uit van wat men ‘sekse’ noemt. Het heet ‘sex assigned at birth’ omdat het gaat om wat er na jouw geboorte bij jou is gesignaleerd. Het heeft niets te maken met hoe jij je voelt.
In onze maatschappij zien we sekse vaak als iets tweezijdigs: de mannelijke en de vrouwelijke sekse. Dit klopt niet, want 1 op de 100 mensen heeft een intersekse variatie, die niet uitsluitend ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ is. Bij intersekse mensen vindt er tijdens de ontwikkeling als kind een variatie plaats in een of meerdere van de bovengenoemde aspecten die de sekse bepalen.
Gender
Gender gaat over de verwachtingen van de maatschappij op basis van onze sekse. Onze samenleving is gebouwd op genderrollen en seksnormen waar je je als persoon aan moet houden. Deze rollen en normen zijn vaak niet hardop uitgesproken, maar we voelen ze allemaal. Zo dragen alleen vrouwen rokken, jurken of nagellak, mannen dragen broeken. Mannen scheren hun benen niet, vrouwen moeten dat wel. Vrouwen zijn bescheiden, mannen assertief. Vrouwen poepen niet, mannen wel – en sturen foto’s naar hun vrienden. Er zijn ontzettend veel genderverwachtingen die we anno 2024 nog steeds samen in stand houden. Hoe verstikkend! Wil je nou meer weten over hoe je deze normen kan doorbreken? Of wil je weten hoe het zit met jouw genderidentiteit, expressie en de perceptie die mensen over jou hebben? Lees dan ook de blog ‘Wat is het verschil tussen genderidentiteit, genderexpressie en genderperceptie?’
Gender gaat over culturele en maatschappelijke verwachtingen van de maatschappij op basis van onze sekse. Onze wereld is ingesteld op traditionele genderrollen, dit zijn verwachtingen waar je op basis van je sekse aan ‘moet’ voldoen. We zien echter dat veel mensen het fijn vinden om buiten deze verwachtingen te treden. Zij kunnen zich namelijk niet conformeren met of voelen een sterke afkeer van de verwachtingen die de maatschappij van hen verlangt op basis van hun sekse. Deze mensen identificeren zich vaak als transgender en/of non-binair.
Wat is jouw genderidentiteit?
Je genderidentiteit beschrijft jouw interne ervaring van het zijn van een man, een vrouw, een non-binair persoon of anderszins. Elke persoon ervaart gender anders. Daarnaast is gender niet iets wat je kent door er alleen simpelweg naar te kijken.
We onderscheiden drie verschillende soorten genderidentiteiten:
– Cisgender: Je bent cisgender als je genderidentiteit overeenkomt met het geslacht dat je bij geboorte hebt gekregen.
– Transgender (binair): Je bent transgender (binair) als jouw genderidentiteit het tegenovergestelde is van het geslacht dat jij bij geboorte hebt gekregen. Dit zijn transmannen en transvrouwen.
– (Transgender) non-binair: Dit is een overkoepelende term voor iemand met een genderidentiteit en/of expressie buiten de man/vrouw tweedeling. Voorbeelden van genderidentiteiten die onder deze paraplu vallen zijn genderfluïde, genderqueer, polygender, bigender, demigender en agender.
Wat is genderexpressie?
Genderexpressie beschrijft de manier waarop je jouw gender presenteert of uitdrukt, inclusief uiterlijk, kleding, kapsel en gedrag. Je kan als persoon een zekere mate van controle uitoefenen over jouw genderexpressie, afhankelijk van jouw middelen en omgeving. Het betekent echter niet dat jouw genderexpressie altijd conform de verwachtingen moeten zijn van het binaire stereotyperende gendersysteem.
Wat is genderperceptie?
Genderperceptie is gebaseerd op hoe mensen elkaars gender en lichaam waarnemen en evalueren. In tegenstelling tot genderexpressie, kunnen we dus niet controleren hoe anderen ons waarnemen. We zien gender op basis van een verscheidenheid aan visuele en sociale signalen. Naast je genderexpressie, hebben dus ook fysieke kenmerken en de sociale rollen die je aanneemt invloed op deze perceptie.
Het stereotype binaire gedachtegoed (hoe een man en hoe een vrouw moet zijn) kan het soms overnemen in ons brein. Op zo’n moment komt het vaak voor dat er een aanname wordt gemaakt, wat vaak resulteert in het misgenderen van trans- en non-binaire mensen.
Hoe laat je jouw genderperceptie los?
Om je genderperceptie los te laten, is het belangrijk om jezelf te trainen in het loslaten van aannames over het gender van mensen. Je kunt iemands gender niet zien door ernaar te kijken. We weten iemands naam ook niet als we elkaar ontmoeten, vraag daarom ook naar iemands voornaamwoorden. Het is belangrijk om de voornaamwoorden van mensen te onthouden en ze correct te gebruiken. Lukt dat je nog niet zo goed? Lees dan de blog ‘Wat te doen als je iemand misgendert?’
Het grote LHBTIQIA+ alfabet
Misschien ben jij weleens overdonderd door alle letters in het regenboogalfabet, want waarom hebben we precies al die hokjes? En waarom wil de een ze juist wel en de ander juist niet? Daar is een simpel antwoord op. De woorden die we gebruiken zijn de wereld waar we in leven. Als we met woorden kunnen vertellen wie we zijn, zullen we onszelf beter begrijpen en een ander ons ook. Om ervoor te zorgen dat er bewustwording, begrip en acceptatie plaatsvindt rondom gender, zijn de hokjes van belang. Het biedt ons namelijk een vorm van educatie. Deze definities zijn onze manier van communiceren. Zonder die woorden kunnen we niet goed uitleggen wie we zijn.