Genderzorg, wat houdt het eigenlijk precies in? En waar begin je als je op zoek bent naar informatie? De weg door de genderzorg kan ingewikkeld zijn. Lange wachttijden, verschillende zorgverleners en een wirwar aan mogelijkheden maken het niet altijd eenvoudig om te ontdekken welke zorg bij jou past. 

In deze blog hebben wij alles voor je op een rij gezet. Of je nu aan het begin staat van je zoektocht, al midden in een zorgtraject zit of omdat je als ally meer wil weten over genderzorg: we helpen je stap voor stap op weg!

Binnen de genderzorg heb je twee aftakkingen: psychologische en medische zorg. 

Psychologische zorg:

Mensen gebruiken psychologische genderzorg om verschillende redenen. De ene wil graag met een psycholoog praten over de vragen die hen heeft rondom hun identiteit, terwijl de ander dit wil als overbrugging van de wachttijd tot de medische genderzorg. In principe kan iedere psycholoog deze begeleiding bieden. Wel raden wij aan om dit te doen bij een psycholoog die kennis en ervaring heeft rondom dit thema, zodat diegene jou de zorg en begeleiding kan bieden die aansluit bij jouw behoeften.

Je kunt psychologische genderzorg ook volgen als onderdeel van het diagnostisch traject. In Nederland kun je namelijk niet zomaar starten met medische genderzorg. Hiervoor heb je een diagnose genderdysforie nodig. Deze diagnose kan alleen worden gesteld door een genderteam, een gespecialiseerde ggz-instelling of een zelfstandige genderkliniek. Niet iedere psycholoog kan dit traject uitvoeren.

Tijdens of los van een psychologisch traject kun je ook een deskundigenverklaring aanvragen. Je hoeft hiervoor niet per se psychologische genderzorg te ontvangen. Wel moet je de verklaring aanvragen bij een deskundige die bevoegd is om deze af te geven. Vaak wordt hiervoor een eigen bijdrage gevraagd, die per deskundige verschilt. Via de Transgenderwegwijzer kun je een deskundige bij jou in de buurt vinden. Deze deskundigenverklaring heb je nodig als je je geslachtsregistratie (V, M) en/of je naam op je identiteitsbewijs wil veranderen. Wil je je geslachtsregistratie op je identiteitsbewijs wijzigen naar een X? Dan heb je geen deskundigenverklaring nodig, maar dit kan je wel helpen in het proces. Wil je hier meer over weten? Kijk dan op Transgender Netwerk Nederland voor meer informatie.

Medische zorg:

Als je ervoor kiest om medische genderzorg te ontvangen, is daar meestal eerst de diagnose genderdysforie voor nodig. Daarbij wordt er samen met een genderpsycholoog gekeken naar een aantal factoren, zoals het onderzoeken of je een sociaal netwerk hebt die je kan ondersteunen in het ondergaan van medische ingrepen, welke copingstijlen je gebruikt om met moeilijke momenten om te gaan, en of je alle benodigde informatie hebt over de medische transitie. Zodra je die diagnose hebt gekregen van een specialist, kun je worden doorverwezen naar een of meerdere aanbieders van medische genderzorg. Deze zorg is grofweg op te splitsen in twee takken: hormonale zorg en chirurgische zorg.

Hormonaal 

Je kan ervoor kiezen om hormonen te nemen, of om hormonen te ‘blokkeren’. Er zijn ‘feminiserende’ (oestrogeen) en ‘masculiniserende’ (testosteron) hormonen beschikbaar. Bij oestrogeen wordt ook vaak de toevoer van testosteron ‘geblokkeerd’. Bij beide hormonen zal je lichaam gaan veranderen. Zo kan onder andere je vet- en spierverdeling anders worden. Bij testosteron kan je een zwaardere stem krijgen en bij oestrogeen kan er borstgroei ontstaan. Wanneer je een hormoon neemt zullen de veranderingen die je krijgt, de mate waarin dit gebeurt, en wanneer dit gebeurt verschillen per persoon. Zo kan een bepaalde verandering bij de ene al na 2 maanden plaatsvinden, en bij de andere pas na 6 maanden. Het toedienen van hormonen gebeurt op verschillende manieren, zoals door het smeren van gel, het slikken van pillen of injecties.

Hormonen worden over het algemeen voorgeschreven door endocrinologen. In juni 2026 heeft Transvisie de handreiking Begeleiding bij genderbevestigende hormoontherapie in de eerste lijn gepubliceerd. Deze handreiking is voor huisartsen een praktisch hulpmiddel om transgender, non-binaire en genderdiverse mensen te ondersteunen bij hun keuze voor hormoontherapie. Het doel hiervan is dat je hopelijk minder lang hoeft te wachten. Je kan de handreiking laten zien aan je huisarts. Weet wel dat deze handreiking geen garantie geeft dat je van je huisarts hormonen krijgt. Een huisarts moet zich ‘competent genoeg’ voelen om jou daarin te begeleiden. Deze handreiking helpt je in ieder geval bij het bespreken ervan met je huisarts!

Chirugisch

Naast hormonen kun je ook kiezen voor chirurgische ingrepen (operaties). Je kan geopereerd worden aan dingen zoals je gezicht, stembanden, adamsappel, borsten, baarorgaan en/of eierstokken en genitaliën. Er is dus veel mogelijk en elke operatie is anders. Neem dus de tijd om goed te onderzoeken wat de opties zijn en hoe het herstel verloopt.

Misschien wil je eerst hormonen en daarna een operatie, of juist andersom? Of misschien wil je alleen hormonen of alleen chirurgie? Jij kan zelf kiezen hoe jouw proces eruitziet en welke volgorde je aan wil houden. Wil je nou hormonen en chirurgie? Vaak is het in Nederland zo dat je tussen die twee stappen 6 maanden moet wachten. 

Het is jouw keuze welke stappen jij wel of niet neemt, niks is verplicht! Lees je goed in, zodat je een goede keuze kan maken en zodat je weet wat je kan verwachten.

Voor wie is genderzorg? 

Onder genderzorg verstaan we zorg die gericht is op mensen die trans- en/of non-binair zijn en/of mensen die genderdysforie ervaren. Vaak heeft deze zorg als doel om iemands genderidentiteit te bevestigen. Veel trans- en non-binaire mensen hebben behoefte aan genderzorg, maar zeker niet iedereen. Je hoeft geen genderzorg te willen of te ontvangen om transgender of non-binair te zijn. Ook kun je genderdysforie ervaren zonder behoefte te hebben aan genderzorg. Iedereen heeft andere behoeften, en dat is helemaal oké. 

Genderzorg kan ook een onderdeel zijn van het leven van intersekse mensen. Intersekse gaat over mensen die zijn geboren met een lichaam dat niet voldoet aan de normen van man of vrouw in de maatschappij. In Nederland zijn ongeveer 1 op de 200 mensen intersekse. Sommige intersekse mensen kiezen ervoor om genderzorg te ontvangen, maar nog altijd krijgen veel intersekse mensen te maken met medicalisering: niet medisch noodzakelijke ingrepen, zoals operaties of hormoonbehandelingen, die bedoeld zijn om hun lichaam meer te laten voldoen aan de maatschappelijke ideeën over een ’typisch’ jongens-/mannen- of meisjes-/vrouwenlichaam. Deze ingrepen worden regelmatig uitgevoerd zonder volledige of geïnformeerde toestemming. Zoals je je kan voorstellen, kan dit grote gevolgen hebben voor iemands mentale gezondheid en welzijn. Intersekse zijn hoeft niet en kan niet ‘genezen’ worden. Intersekse mensen zijn onderdeel van de diversiteit van verschillende lichamen, en die diversiteit hoeft niet aangepast of ‘gefikst’ te worden.

Wanneer mensen aan gender bevestigende ingrepen denken, denken ze vaak meteen aan trans- en non-binaire personen. Toch is gender bevestigende zorg veel breder dan dat. Ook cisgender personen maken regelmatig keuzes die aansluiten bij hun genderidentiteit. Denk bijvoorbeeld aan een haartransplantatie, borstvergroting, borstverkleining bij cis vrouwen of een mastectomie (een borstverwijderende operatie) bij cis mannen met borstgroei. Dit zijn allemaal behandelingen die kunnen bijdragen aan hoe iemand zich voelt in diens lichaam. Het grote verschil is dat deze vormen van gender bevestigende zorg voor cisgender personen vaak als vanzelfsprekend worden gezien, terwijl vergelijkbare zorg voor trans- en non-binaire mensen nog regelmatig ter discussie staat. 

Stappenplan: hoe begin ik aan genderzorg?

  1. Voordat je naar de huisarts stapt, is het slim om zelf onderzoek te doen naar de verschillende genderzorg aanbieders. Huisartsen weten helaas lang niet altijd wat er allemaal mogelijk is binnen de genderzorg, waardoor je soms onbedoeld ergens terechtkomt dat niet helemaal aansluit bij wat jij zoekt. Let bij het maken van je keuze op de volgende zaken: Wat is de wachttijd? Welke behandelingen bieden ze aan en met welke behandelaars werken ze samen? Hoe word je gediagnosticeerd? En heeft jouw zorgverzekering een contract met deze zorgaanbieder?
  2. Heb je een keuze gemaakt? Daarna ga je naar de huisarts, deze kan jou doorverwijzen naar de door jou gekozen genderzorg. Onze belangrijkste tip: schrijf je in bij meerdere plekken tegelijk. De wachttijden in de genderzorg zijn helaas erg lang, en door je bij meerdere praktijken of klinieken aan te melden, spreid je je kansen om zo snel mogelijk geholpen te worden.
  3. Nadat je doorverwezen bent, begint het wachten. Dat kan frustrerend lang duren, maar er zijn gelukkig manieren om de tijd door te komen en te experimenteren met wat goed voelt voor jou. Denk dan aan: kleding expressie, nadenken of je jouw naam en/of voornaamwoorden wil wijzigen, je omgeving vertellen over jouw proces, maar ook experimenteren met mogelijke binders, taping, packers, tucking of protheses. Zoek daarnaast vooral contact met lotgenoten en gelijkgestemden. Een gemeenschap om je heen bouwen helpt enorm, zo kun je altijd terecht bij BOHAUS events!
  4. Als je na de wachttijd (eindelijk) aan de beurt bent kan je genderzorg traject beginnen! Of je nu hormonen, chirurgie of psychologische hulp wilt, één ding is zeker: je zal veel over jezelf moeten vertellen aan een professional. Er worden vaak (soms ook wat oncomfortabele) vragen gesteld over bijvoorbeeld je jeugd, hoe het nu echt met je gaat, je seksleven, hoe je genderdysforie ervaart, je sociale vangnet en nog veel meer. Ook is er in deze gesprekken ruimte om te praten over je wensen en behoeftes, en wat voor genderzorg jij wil krijgen. Je zult in deze fase met verschillende specialisten spreken, van psychologen en psychiaters tot endocrinologen en artsen, om samen te bepalen welke stappen bij jou passen. 

Waar kan je genderzorg krijgen?

Door heel Nederland vind je verschillende aanbieders van genderzorg, maar let op: niet elke plek doet hetzelfde. De ene organisatie biedt alleen psychologische begeleiding of een diagnose, terwijl een andere zich richt op hormonale zorg of juist een combinatie van beide aanbiedt. Gelukkig hoef je het niet allemaal zelf uit te zoeken. Transgender Netwerk Nederland en Transvisie hebben een handig overzicht gemaakt waarin je bijna alle aanbieders vindt via transgenderwegwijzer.nl. Onze tip: kijk niet alleen naar genderzorg aanbieders in je omgeving. Het is namelijk zo dat sommige organisaties ook zorg op afstand (online) bieden. Hierdoor kan je soms dus vanuit Maastricht zorg krijgen van iemand die in Groningen zit! 

Goed om te weten voor als je jong bent: ben je 16 jaar of ouder? Dan beslissen je ouder(s) of voogd(en) niet meer mee over jouw zorg; dat mag je helemaal zelf beslissen. Daarnaast mogen zorginstellingen geen medische informatie met hen delen. Je kunt vanaf je zestiende dus volledig zelfstandig genderzorg krijgen.

Hebben we iets gemist? Staat er informatie in die niet (meer) klopt? Of heb je een vraag? Neem contact met ons op!

2025 begint ten einde te komen, dat betekent dat iedereen die 18 of ouder is, naar zijn/haar/diens/hun zorgverzekering moet kijken! Al helemaal als je genderzorg krijgt of wilt/gaat krijgen in 2026.

Dit is hét moment!
Waarom is dit nou zo belangrijk? Een zorgverzekeraar sluit contracten af met zorgaanbieders, en elke zorgverzekeraar bepaalt zelf met welke zorgaanbieders ze een contract afsluit. 

Wat als je dit niet doet? Dan kan het zo zijn dat je onnodig geld uit eigen zak moet gaan betalen. Als een zorgverzekeraar geen contract heeft met de zorgaanbieder waar jij wel zorg van krijgt, moet je vaak zelf een deel uit eigen zak betalen. Door je zorgbehoefte in kaart te brengen en daarbij een gepaste zorgverzekeraar te vinden, kan je dus veel geld besparen. 

Goed om te weten: Genderzorg (transgenderzorg) wordt grotendeels vergoed vanuit de basisverzekering.

Waar kun je aan denken en op letten?

  • Zoek uit welke genderzorg je in 2026 wilt/gaat krijgen en van welke zorgaanbieder(s) deze zorg komt.
  • Check op de website van de zorgaanbieder(s) met welke zorgverzekeraars ze een contract hebben voor 2026.
  • Is de zorgaanbieder die je wilt gebruiken nog niet gecontracteerd? Neem contact op met je zorgverzekeraar voor informatie en check ook bij de aanbieder zelf voor duidelijkheid.
  • Vergelijk verschillende zorgverzekeringen met onafhankelijke vergelijkingssite zoals Zorgwijzer.nl.
  • Bepaal aan de hand van de vorige stappen welke zorgverzekeraar het beste bij jouw zorgbehoefte past.

Belangrijke data

  • 31 december: Dit is de laatste dag om je huidige verzekering op te zeggen.
  • 31 januari: Dit is de laatste dag om je zorgverzekering voor 2026 af te sluiten.

Onze tips

We raden over het algemeen een combinatiepolis met vrije/eigen keuze aan. Hiermee kun je meestal zelf bepalen welke zorgaanbieder je gebruikt, ook als je zorgverzekeraar geen contract met hen heeft. Dit is vooral handig als je nog niet weet van welke zorgaanbieder je zorg krijgt, of als je bij meerdere zorgaanbieders bent ingeschreven. Zonder eigen/vrije keuze loop je het risico dat je zorg bij een specifieke zorgaanbieder niet vergoed krijgt, of dat je zelf meer moet betalen. Afhankelijk van je zorgverzekeraar, de contracten en het type zorg (bijv. GGZ of MSZ*) kan een deel van de kosten uit eigen zak komen. Niet-gecontracteerde GGZ wordt vaak gedeeltelijk vergoed; hoeveel precies hangt af van de verzekeraar en het gekozen pakket.

Zet je eigen risico op €385 en zet het betalen in termijnen aan, waardoor je je eigen risico verspreid betaalt. Kom je er toch niet aan? Dan krijg je dit aan het einde van het jaar terug. Zo voorkom je dat je ineens een groot bedrag moet betalen.

Heb je een laag inkomen? Misschien kom je in aanmerking voor zorgtoeslag. Dit kan je checken en aanvragen via de Belastingdienst. 

Je kunt ook kijken naar hoe ethisch verantwoord en hoe duurzaam je zorgverzekeraar is. Zorgverzekeraars beleggen hun geld namelijk soms in wapenhandel of fossiele energie, wat slecht is voor de wereld. Je kunt hier onderzoek naar doen via eerlijkegeldwijzer.nl.

*GGZ = geestelijke gezondheidszorg: omdat het vergoedingsverschil in de GGZ klein is, kun je zelf afwegen of een verzekering met eigen/vrije keuze relevant is. Deze zorg is onder andere deskundigenverklaring, diagnostiek en psychische hulp.

MSZ: medisch specialistische zorg: wil/krijg je chirurgische- of hormoonzorg, maar weet je nog niet waar? Kies een polis met eigen/vrije keuze, de vergoeding is hoog en je hoeft vaak niets zelf te betalen. Deze zorg is onder andere chirurgische of hormoonzorg.

Voordat je een zorgverzekering gaat afsluiten, doe hier nog zelf even goed onderzoek naar! Kies een zorgverzekeraar die het beste past bij jouw zorgbehoefte.

Wat kan ik kiezen?
We hebben de meest gebruikte genderzorg aanbieders en zorgverzekeraars, inclusief hun contracten, voor je uitgezocht. 

We hebben een aantal van de grootste zorgverzekeraars en genderzorg aanbieders genomen, dus niet allemaal. Onder elk benoemd verzekeringsconcern vallen verschillende verzekeraars, kijk op zorgwijzer.nl voor meer info hierover.

Er is in de tabel onderscheid tussen de GGZ (geestelijke gezondheidszorg) en de MSZ (medisch specialistische zorg). In de genderzorg valt het verkrijgen van een deskundigenverklaring, diagnostiek en psychische hulp onder de GGZ. Onder MSZ valt chirurgie (genderbevestigende operaties) en endocrinologie (hormoonzorg).

Heb je na deze blog nou nog vragen, of zijn dingen nog onduidelijk? Stuur Roan vooral een appje of mailtje, hij kan je hier misschien verder mee helpen! +31 6 12 29 13 63, roan@bo-diversity.com

Disclaimer: deze tabel is gemaakt met informatie die beschikbaar was op 15-12-2025, er kan ondertussen andere informatie bekend zijn. Doe dus zelf nog onderzoek hiernaar. 

2025 is coming to an end, which means that everyone who is 18 or older needs to take a look at their health insurance! Especially if you are receiving gender-affirming care, or plan to receive it in 2026

This is the moment!

2025 is coming to an end, which means that everyone who is 18 or older needs to take a look at their health insurance! Especially if you are receiving gender-affirming care, or plan to receive it in 2026. Why is this so important? Health insurers sign contracts with healthcare providers, and each insurer decides for themselves which providers they contract.

What happens if you don’t do this? You might end up paying unnecessary costs out of pocket. If your health insurer does not have a contract with the healthcare provider where you receive care, you often have to pay part of the costs yourself. By mapping out your healthcare needs and choosing a suitable health insurer, you can save a lot of money.

Good to know: Gender-affirming care (transgender healthcare) is largely covered by the basic health insurance in the Netherlands.

What should you think about and pay attention to?

Find out which gender-affirming care you want or expect to receive in 2026, and which healthcare provider(s) will deliver this care.

Check the website of the healthcare provider(s) to see which health insurers they have contracts with for 2026.

Is the provider you want to use not yet contracted? Contact your health insurer for more information, and also check with the provider themselves for clarity.

Compare different health insurance plans using an independent comparison website such as Zorgwijzer.nl.

Based on the previous steps, decide which health insurer best fits your healthcare needs.

Important dates:

31 December: Last day to cancel your current health insurance.

31 January: Last day to take out a health insurance policy for 2026.

Our tips

We generally recommend a combination policy with free choice of provider. This usually allows you to choose your own healthcare provider, even if your insurer does not have a contract with them. This is especially useful if you do not yet know which provider you will receive care from, or if you are registered with multiple providers. Without free choice, you risk that care from a specific provider will not be reimbursed, or that you will have to pay more yourself. Depending on your insurer, their contracts, and the type of care (e.g. mental healthcare or specialist medical care*), part of the costs may come out of your own pocket. Non-contracted mental healthcare is often partially reimbursed; the exact amount depends on the insurer and the chosen policy.

Set your deductible to €385 and enable payment in instalments, so you pay your deductible spread out over time. If you end up not using it, you will get this money back at the end of the year. This helps prevent having to pay a large amount all at once.

Do you have a low income? You may be eligible for healthcare allowance (zorgtoeslag). You can check and apply for this via the Dutch Tax Authority (Belastingdienst).

You can also look into how ethical and sustainable your health insurer is. Health insurers sometimes invest their money in the arms trade or fossil fuels, which is harmful to the world. You can research this via eerlijkegeldwijzer.nl.

* Mental healthcare (GGZ): because reimbursement differences within mental healthcare are relatively small, you can decide for yourself whether a policy with free choice is relevant. This type of care includes expert opinions, diagnostics, and psychological support.
* Specialist medical care (MSZ): if you want or receive surgical or hormone care but do not yet know where, choose a policy with free choice. Reimbursement is usually high and you often do not have to pay anything yourself. This includes surgical care and endocrinology (hormone treatment).

Before taking out a health insurance policy, make sure to do your own research as well! Choose the insurer that best fits your healthcare needs.

What can I choose?

We have researched the most commonly used gender-affirming care providers and health insurers for you, including their contracts.

We selected a number of the largest health insurers and gender-affirming care providers, but not all of them.

Each insurance group includes multiple insurers; check Zorgwijzer.nl for more information.In the table, a distinction is made between mental healthcare (GGZ) and specialist medical care (MSZ). Within gender-affirming care, expert opinions, diagnostics, and psychological support fall under GGZ. MSZ includes surgery (gender-affirming surgeries) and endocrinology (hormone care).

Disclaimer: this table was created using information available on 15-12-2025. New information may have become available since then. Always do your own research as well.

Do you still have questions after reading this blog, or is something unclear? Feel free to send Roan a message or an email he may be able to help you further!

The pronouns she/her and he/him have been part of our everyday language for a long time. However, more and more people no longer feel comfortable with these pronouns. They may prefer they/them or a combination of pronouns.

If you want to play the quizzes from Pro-Now, you will come across a variety of pronouns. This is because not all gender-diverse people use the same pronouns: it differs from person to person. In the quiz, you will encounter neutral, mixed, and binary pronouns.

Neutral pronouns are pronouns that are not specifically male or female. Unlike binary pronouns like he/him and she/her, they are not tied to the traditional gender binary. Many non-binary, intersex, and gender-diverse people use neutral pronouns because they feel more accurate and comfortable for their identity. A neutral pronoun is they/them

They/them pronouns have existed in English for centuries and are widely used when someone’s gender is unknown. Today, it is also an important way to respect and affirm people’s gender identities.

Mixed pronouns are combinations of two pronoun sets, such as they/she or he/they. Someone may enjoy hearing both because they do not fully identify with one or the other. It can also mean that one pronoun is acceptable in certain contexts — for example, he/him for people who do not know the person well — while they/them is preferred among trusted friends and family.

If you meet people who introduce themselves with a different order, for example they/she instead of she/they, this is often because they prefer the first pronoun more strongly. For instance, people may naturally tend to default to she/her, while the person would appreciate others consciously using the full combination instead.

Binary pronouns refer to the traditional distinction between male (he/him) and female (she/her). These are the pronouns most people are already familiar with. People can also switch between binary pronouns, which we often see with binary trans people, such as trans men and trans women.But when do you use which pronoun? When do you use them versus their? And when do you use she versus her? We’ll explain it for you below!

When someone uses they/them pronouns:


When someone uses she/her pronouns:


When someone uses he/him pronouns:


Each person’s preferred pronouns can differ, so checking and using the correct pronouns is a meaningful way to show respect and inclusivity.

De voornaamwoorden zij/haar en hij/hem zijn al een lange tijd onderdeel van ons dagelijks taalgebruik. Toch zijn er steeds meer mensen die zich niet comfortabel voelen bij deze voornaamwoorden. Zij gebruiken liever die/diens, hen/hun of een combinatie van voornaamwoorden.

Als je de quizzen van Pro-Now wil spelen, krijg je een variatie van voornaamwoorden voorgeschoteld. Dit komt doordat niet alle genderdiverse mensen dezelfde voornaamwoorden gebruiken. Dit verschilt per persoon. Je komt neutrale, dubbele en binaire voornaamwoorden tegen in de quiz.

Neutrale voornaamwoorden zijn voornaamwoorden die niet specifiek mannelijk of vrouwelijk zijn. Vaak worden deze gebruikt door non-binaire mensen en/of intersekse personen. Onder neutrale voornaamwoorden vallen die/diens, hen/hun en die/hen. Die/hen is een combinatie waarbij die/diens en hen/hun door elkaar worden gebruikt. Vaak is de afwisseling voor deze persoon gewenst. Er zijn ook mensen die voornaamwoorden kiezen op basis van de vervoegingen. In onze tool is dat bijvoorbeeld het geval bij Bi: Bi kiest voor hen/diens. Daarin is het persoonlijk, lijdend en meewerkend voornaamwoord hen en is het bezittelijk voornaamwoord diens.

Dubbele voornaamwoorden zijn combinaties van twee voornaamwoorden, zoals die/zij of hij/hen. Iemand vindt het dan prettig om allebei te horen, vaak omdat ze zich niet volledig identificeren met het een óf het ander. Ook kan het zo zijn dat het ene voornaamwoord in bepaalde contexten oké is — bijvoorbeeld ‘hij/hem’ voor mensen die de persoon niet goed kennen — maar in vertrouwde kring juist die/diens gewenst is.

Als je mensen tegenkomt die zich voorstellen met een andere volgorde, bijvoorbeeld die/zij in plaats van zij/die, is dat vaak omdat ze de voorkeur leggen bij het eerste voornaamwoord. Bijvoorbeeld omdat mensen in de praktijk geneigd zijn om toch vaker bijzij/haar te blijven, en ze het juist fijn vinden als mensen de combinatie goed en bewust inzetten.

Binaire voornaamwoorden verwijzen naar de traditionele tweedeling tussen man (hij/hem) en vrouw (zij/haar). Dit zijn de voornaamwoorden die de meeste mensen al kennen. Mensen kunnen ook wisselen van binaire voornaamwoorden, en dat zien we vaak bij trans binaire personen, zoals trans mannen en trans vrouwen.

Maar wanneer zeg je nou wat? Wanneer gebruik je hen en wanneer hun? En wanneer die en wanneer diens? We leggen het hieronder voor je uit!

Wanneer iemand die/diens voornaamwoorden gebruikt.

Wanneer iemand hen/hun voornaamwoorden gebruikt.

Wanneer iemand zij/haar voornaamwoorden gebruikt.

Wanneer iemand hij/hem voornaamwoorden gebruikt.

We’ve all probably heard it before: “Hello, ladies and gentlemen.” For many people, this phrase often goes unnoticed, but for trans and non-binary people, it can trigger a dysphoric feeling. So, how can we make sure to address everyone in an inclusive and pleasant way? By using inclusive language and gender-neutral words! Why is this so important? Using inclusive language ensures no one is left out and everyone feels part of what you say or write. But what exactly does “gender-neutral” and “inclusive” mean? It depends on the context and the relationship you have with the person.

Switching to general language

Do you write emails or texts, or speak in front of groups? Avoid words like “ladies and gentlemen,” “boys and girls,” or “Ms.” and “Mr.” Using just these words excludes a whole group of people. Instead, use inclusive alternatives, such as “people,” “folks,” or “everyone.” You can also address people by their role or function, such as “students,” “colleagues,” “guests,” or “travellers.” This way, you address people without assigning a gender, which is inclusive language!

Also, much of our language is written in male form, and we don’t always know how to avoid this. Below are different ways to rephrase gender-related words or avoid them altogether. For example, you can choose a plural form:


You can also choose an article instead of a male possessive pronoun:


And then there’s the option to use ‘they’, which is already a neutral term in general language.


In addition to the examples mentioned above, there are plenty of other ways to rephrase your sentences in a more inclusive language. It might feel a bit strange at first, but the more conscious you become of it and the more often you use it, the easier it will be to get the hang of it!

Gender-free family terms

Family terms are also often gender-based. For example, “father/mother,” “brother/sister,” “uncle/aunt,” “grandfather/grandmother,” “nephew/niece.” All of these words are tied to a specific gender, and many trans and non-binary people feel uncomfortable with them. To make it easier, we’ve created a list of inclusive/gender-neutral alternatives. Don’t hesitate to get creative and come up with words that feel right for you as a trans or non-binary person!


In some situations, there aren’t yet neutral or inclusive words. Especially in the Dutch language, we’re still catching up with creating new, inclusive terms. Take a moment to think about this and try coming up with new words yourself. After all, language is something we create together!

Speak up for inclusive language
Do you often hear other people use gendered words that make you feel uncomfortable, as an ally or a trans/non-binary person? Don’t hesitate to speak up and explain why it’s important to use inclusive language.

We hebben het allemaal vast wel eens gehoord: ‘Hallo dames en heren’. Voor veel mensen valt deze uitspraak vaak niet op, maar voor trans- en non-binaire mensen kan deze zin juist een dysforisch gevoel geven. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we iedereen op een inclusieve en prettige manier aanspreken? Door inclusief taalgebruik en gendervrije woorden te gebruiken! Waarom is dit zo belangrijk? Door inclusieve taal te gebruiken sluit je niemand buiten en betrek je iedereen in hetgeen wat je zegt of schrijft. Maar wat is dan precies gendervrij en inclusief? Dat hangt van de context af en de relatie die jij met iemand hebt. 

Veranderen naar algemene taal
Schrijf je wel eens teksten/mails of spreek je wel eens groepen mensen aan? Vermijd dan woorden zoals: dames en heren, jongens en meisjes of mevrouw en meneer. Door alleen deze woorden te gebruiken sluit je een hele groep mensen buiten. Gebruik inclusieve varianten voor deze woorden zoals, mensen, memens of medemens. Je kan ook mensen aanspreken wanneer ze een bepaalde functie uitvoeren, zoals studenten, collega’s, bezoekers, reizigers, etc. Hierdoor spreek je mensen aan zonder een gender te benoemen, dit is inclusief taalgebruik! 

Daarnaast is veel van onze taal in de mannelijke verwijsvorm geschreven, maar weten we lang niet altijd hoe we dit kunnen omzeilen. Wij laten je hieronder verschillende manieren zien om deze gendergerelateerde woorden om te buigen en zelfs niet te benoemen. Zo kan je bijvoorbeeld voor een meervoudsvorm kiezen:


Je kan ook voor een lidwoord kiezen, in plaats van voor een mannelijk bezittelijk voornaamwoord:


En dan hebben we ook nog de optie ‘die’  om te gebruiken bij zinnen met mannelijke verwijswoorden. Die is al een langere tijd een neutrale verwijzing in de Nederlandse taal.


Naast de hierboven genoemde voorbeelden zijn er nog veel meer mogelijkheden om je zinnen te veranderen in algemene taal. Het kan in het begin wennen zijn, maar hoe bewuster je je ervan wordt en hoe vaker je het gebruikt, hoe sneller je het jezelf kan aanleren!

Gendervrije familieleden
Ook woorden die familieleden aanduiden zijn vaak gebaseerd op een gender. Zo heb je vader/moeder, broer/zus, oom/tante, oma/opa, neef/nicht. Al deze woorden zitten vast aan een bepaald gender, veel trans non-binaire mensen voelen zich hier niet prettig bij. Om het je wat makkelijk te maken hebben wij een lijstje gemaakt met inclusieve/gendervrije varianten van deze woorden. Durf ook creatief te zijn en verzin voor jezelf een woord wat jij prettig vindt als trans non-binair persoon! 


In sommige situaties zijn er nog geen neutrale/inclusieve woorden bedacht. Vooral in de Nederlandse taal zien we dat we echt achterblijven in nieuwe, inclusieve termen in onze begrippenlijst. Sta hier eens bij stil en probeer nieuwe woorden te bedenken. Taal creëren we namelijk samen!

Hoor je andere mensen vaak gendergerelateerde woorden gebruiken en voel jij je hier niet prettig of comfortabel bij als medestander of trans- of non-binair persoon? Durf deze persoon hierop aan te spreken, en leg uit waarom het belangrijk is dat er inclusieve taal wordt gebruikt.

Voordat we uitleg kunnen geven over transgender mensen, moeten we ook kort uitleggen wat cisgender is, want wat betekent deze term eigenlijk? Je bent cisgender als je genderidentiteit overeenkomt met het sekse dat je bij de geboorte hebt gekregen. Bij transgender mensen ligt het wat genuanceerder. Hier heb je namelijk twee verschillende termen voor.

Transgender binaire mensen
Binair betekent tweedeling, in deze context is de tweedeling man/vrouw. Je bent transgender binair wanneer je genderidentiteit niet overeenkomt met de sekse die bij je geboorte is toegewezen, en je je met de tegenovergestelde gender identificeert. Dit noemen we dus ook wel transman of transvrouw. Je genderidentiteit past dan binnen de man/vrouw verdeling.

Transgender non-binaire mensen
Dit is wanneer je je niet herkent in de man/vrouw verdeling en je genderidentiteit of expressie buiten deze tweedeling valt. Voorbeelden hiervan zijn: genderfluïde, genderqueer, polygender, bigender, demigender en agender. Deze identiteiten verschillen allemaal van elkaar. Zo is een genderfluïde persoon iemand wiens genderidentiteit door de tijd heen kan veranderen en dus fluctueert tussen twee of meer genders. Een demigender persoon is iemand die zich gedeeltelijk identificeert met een bepaald gender, maar niet volledig. Een agender persoon geeft aan geen gender te ervaren. Iedereen heeft een eigen identiteit. Deze identiteit staat los van de aangewezen sekse bij de geboorte, maar ze kunnen wel invloed hebben op elkaar.

Sociale transitie
Wanneer je jezelf als transgender persoon identificeert, gaan mensen er vaak vanuit dat er zowel een sociale als fysieke transitie plaatsvindt. Het is echter voor sommige mensen niet noodzakelijk om een fysieke transitie te ondergaan. Daarnaast is een fysieke transitie niet voor iedereen toegankelijk, bijvoorbeeld vanwege financiële drempels, lange wachtlijsten, medische redenen of andere persoonlijke omstandigheden. Dit is waar een sociale transitie een belangrijke rol speelt.

Een sociale transitie houdt in dat iemand veranderingen doorvoert in het dagelijks leven die geen medische of fysieke aanpassingen met zich meebrengen. Dit draait om veranderingen die de manier waarop iemand door anderen gezien, beter laten aansluiten bij hun genderidentiteit. Sociale transitie kan onder andere inhouden: naamsverandering, voornaamwoorden aanpassen, kledingstijl en uiterlijk veranderen, gedrag en rollen in sociale contexten veranderen. Een sociale transitie is persoonlijk en kan voor elke persoon anders zijn. Het is ook vaak flexibel, wat betekent dat mensen elementen kunnen toevoegen of veranderen naarmate ze zich comfortabeler voelen in hun genderexpressie.

Fysieke transitie
Een fysieke transitie, ook wel medische of lichamelijke transitie genoemd, omvat ingrepen en aanpassingen die de fysieke kenmerken van een persoon veranderen om ze beter te laten aansluiten bij hun genderidentiteit. Dit proces kan medische procedures en/of hormonale behandelingen bevatten, zoals: hormonale therapie, chirurgische ingrepen en andere medische procedures zoals laserontharing en stemtraining. Fysieke transities zijn niet noodzakelijk voor iedereen. Sommige mensen vinden dat hun genderidentiteit goed wordt weerspiegeld door sociale veranderingen zonder dat medische aanpassingen nodig zijn, terwijl anderen juist veel baat hebben bij fysieke aanpassingen.

Voor sommige trans- en non-binaire mensen zijn beide transities belangrijk, voor anderen slechts één van de twee. Het wel of niet ondernemen van een sociale of fysieke transitie is een zeer persoonlijke keuze. Veel mensen ervaren een gevoel van gendereuforie door veranderingen die hun genderidentiteit bevestigen, zowel sociaal als fysiek. Respect en begrip vanuit de omgeving, inclusief het gebruik van juiste voornaamwoorden en de erkenning van iemands gekozen naam, kunnen al een wereld van verschil maken, zelfs zonder fysieke transities.

To explain transgender identities, it helps to first understand the term ‘cisgender’. If you are cisgender, your gender identity matches the sex assigned to you at birth. For transgender people, this is different. There are two main types of transgender identities:

Transgender binary people
The term “binary” means two-part, and in this context, it refers to the traditional male/female categories. You are a transgender binary person if your gender identity doesn’t align with the sex assigned at birth, but you identify with the opposite binary gender instead. In other words, a trans binary person may identify as a trans man or trans woman, fitting within the male/female categories.

Transgender non-binary people
Trans non-binary people, however, don’t identify strictly within the male/female binary. Instead, their gender identity or expression exists outside of these two categories. Examples include identities such as gender-fluid, genderqueer, polygender, bigender, demigender, and agender. Each of these identities are unique. A gender-fluid person’s identity may shift between genders over time. A demigender person partially identifies with a certain gender, but not fully. Lastly, an agender person does not experience any gender. This identity is separate from the sex assigned to them at birth, although they can always influence each other.

Social transition
When someone identifies as transgender, people often assume this means they will undergo both a social and physical transition. However, for some people, a physical transition isn’t always necessary. This is where social transition plays an important role.

A social transition involves changes in daily life that don’t require any medical or physical adjustments. It’s about aligning how others perceive someone as their true gender identity. Social transition can include changing one’s name, adopting new pronouns, changing clothing style or appearance, and adjusting behaviours or roles in social contexts. Each person’s social transition is unique and can be flexible, allowing them to add or change elements as they grow more comfortable with their gender expression.

Physical transition
A physical transition, also called a medical or bodily transition, involves medical steps to change someone’s physical characteristics to better align with their gender identity. This can include hormone therapy, surgeries, or other medical procedures such as laser hair removal or voice training. Not everyone chooses or needs a physical transition—some people feel their gender identity is best reflected through social changes without physical adjustments, while others find physical changes necessary.

For some transgender and non-binary people, both social and physical transitions are important; for others, just one type of transition may feel right. The decision to pursue a social or physical transition is highly personal. Many people experience a sense of gender euphoria—positive feelings when their gender identity is affirmed—through social or physical changes. Respect and understanding of others, including the use of correct pronouns and recognizing someone’s chosen name, can make a meaningful difference, even without physical transition.

When we talk about transgender and non-binary people, terms like ‘gender dysphoria’ and ‘gender euphoria’ are often used. But what do these terms actually mean?

Gender dysphoria as a medical term
Gender dysphoria is the term used in the DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) to describe the psychological distress that occurs when someone’s gender identity does not match the sex they were assigned at birth. Although gender dysphoria is not classified as a mental disorder, it is recognized as a diagnosis to help people access medical care if they need it. The term is used in the medical field to identify transgender and non-binary people who are eligible for gender-affirming care.

To access this care, gender dysphoria must be officially diagnosed by a psychologist or psychiatrist, who must follow the criteria in the DSM-5. This system often places gender psychologists and psychiatrists in the role of gatekeepers, meaning transgender and non-binary individuals often have to prove they are “trans enough” to receive the support needed. Many transgender and non-binary people, as well as some gender psychologists and psychiatrists, find the DSM system stigmatising and view the diagnosis requirement as an obstacle to receiving care.

In this blog, however, we want to focus on the individual experiences of gender dysphoria and gender euphoria. While we can criticise the system, we aim to make it better understandable to those who experience either discomfort or joy related to their gender identity.

The definition of gender dysphoria and gender euphoria
Gender dysphoria refers to the discomfort or psychological distress that someone feels when their gender identity doesn’t align with their assigned gender at birth. This can be both physical and social: gender dysphoria might come from feeling dissatisfied with one’s body or from social situations where a person’s gender is not recognized or affirmed.

Gender euphoria refers to the positive feelings, inner joy, and peace someone experiences when their gender identity is fully expressed. This can also be both physical and social: gender euphoria can come from physical changes that align better with one’s identity or from social recognition and validation of who someone truly is.

Examples of body dysphoria and euphoria
Body dysphoria occurs when a person feels discomfort because their body doesn’t match their gender identity. This could include feeling unhappy with one’s breasts, genitalia, or body characteristics like body hair or muscle mass that don’t align with how they see themselves. A person’s voice can also be a source of dysphoria, as well as body shapes that don’t match the desired gender identity.

Body dysphoria is generally a personal experience, but it can also occur during interactions. For example, someone might feel uncomfortable if they are touched on their shoulders or hips. In many cases, this leads to the desire for medical interventions, like surgeries or hormone treatments, to make the body align more with one’s gender experience. These physical changes can lead to body euphoria, which is the joy or satisfaction someone feels when their body or expression matches their gender identity. Examples of body euphoria include the happiness someone feels when their body changes through hormone treatment or when they feel proud and comfortable in clothing that reflects their gender identity.

Examples of social dysphoria and euphoria
Social dysphoria can occur when someone is not treated as the gender they identify with. This type of dysphoria might happen when someone is misgendered with the wrong pronouns or forced to choose between gendered spaces, such as public restrooms or changing rooms. Social euphoria happens when someone feels seen and heard by others or in certain spaces. By addressing someone with their correct name and pronouns, you contribute to the social gender euphoria of transgender and non-binary people.

Do you need to experience dysphoria to feel euphoria?
No, you don’t have to experience dysphoria to experience euphoria, or vice versa. Not everyone feels bodily or social dysphoria. For example, some demigirls and demiboys may identify with being female or male physically but not with the social gender norms, roles, and expectations attached to those identities. Cisgender people might experience gender euphoria but usually don’t experience gender dysphoria, as they typically don’t encounter situations where their gender is misinterpreted.

Not every gender identity will experience the same types of dysphoria or euphoria, as these experiences vary from person to person. For example, not all transgender men experience body dysphoria related to their primary sex characteristics. Some people think that with a certain gender identity, there should come certain expectations—for example, transgender women should have a higher voice, breasts, no facial hair, and a vulva, or non-binary people should appear androgynous and not “too masculine” or “too feminine.” These are stereotypical norms that come from the binary gender system that dominates society, and it’s important to let go of these assumptions.

Gender dysphoria and gender euphoria are personal experiences, so don’t make assumptions. What you can do is ask someone what can make them feel dysphoric and how you can contribute to their gender euphoria.