2025 begint ten einde te komen, dat betekent dat iedereen die 18 of ouder is, naar zijn/haar/diens/hun zorgverzekering moet kijken! Al helemaal als je genderzorg krijgt of wilt/gaat krijgen in 2026.

Dit is hét moment!
Waarom is dit nou zo belangrijk? Een zorgverzekeraar sluit contracten af met zorgaanbieders, en elke zorgverzekeraar bepaalt zelf met welke zorgaanbieders ze een contract afsluit. 

Wat als je dit niet doet? Dan kan het zo zijn dat je onnodig geld uit eigen zak moet gaan betalen. Als een zorgverzekeraar geen contract heeft met de zorgaanbieder waar jij wel zorg van krijgt, moet je vaak zelf een deel uit eigen zak betalen. Door je zorgbehoefte in kaart te brengen en daarbij een gepaste zorgverzekeraar te vinden, kan je dus veel geld besparen. 

Goed om te weten: Genderzorg (transgenderzorg) wordt grotendeels vergoed vanuit de basisverzekering.

Waar kun je aan denken en op letten?

  • Zoek uit welke genderzorg je in 2026 wilt/gaat krijgen en van welke zorgaanbieder(s) deze zorg komt.
  • Check op de website van de zorgaanbieder(s) met welke zorgverzekeraars ze een contract hebben voor 2026.
  • Is de zorgaanbieder die je wilt gebruiken nog niet gecontracteerd? Neem contact op met je zorgverzekeraar voor informatie en check ook bij de aanbieder zelf voor duidelijkheid.
  • Vergelijk verschillende zorgverzekeringen met onafhankelijke vergelijkingssite zoals Zorgwijzer.nl.
  • Bepaal aan de hand van de vorige stappen welke zorgverzekeraar het beste bij jouw zorgbehoefte past.

Belangrijke data

  • 31 december: Dit is de laatste dag om je huidige verzekering op te zeggen.
  • 31 januari: Dit is de laatste dag om je zorgverzekering voor 2026 af te sluiten.

Onze tips

We raden over het algemeen een combinatiepolis met vrije/eigen keuze aan. Hiermee kun je meestal zelf bepalen welke zorgaanbieder je gebruikt, ook als je zorgverzekeraar geen contract met hen heeft. Dit is vooral handig als je nog niet weet van welke zorgaanbieder je zorg krijgt, of als je bij meerdere zorgaanbieders bent ingeschreven. Zonder eigen/vrije keuze loop je het risico dat je zorg bij een specifieke zorgaanbieder niet vergoed krijgt, of dat je zelf meer moet betalen. Afhankelijk van je zorgverzekeraar, de contracten en het type zorg (bijv. GGZ of MSZ*) kan een deel van de kosten uit eigen zak komen. Niet-gecontracteerde GGZ wordt vaak gedeeltelijk vergoed; hoeveel precies hangt af van de verzekeraar en het gekozen pakket.

Zet je eigen risico op €385 en zet het betalen in termijnen aan, waardoor je je eigen risico verspreid betaalt. Kom je er toch niet aan? Dan krijg je dit aan het einde van het jaar terug. Zo voorkom je dat je ineens een groot bedrag moet betalen.

Heb je een laag inkomen? Misschien kom je in aanmerking voor zorgtoeslag. Dit kan je checken en aanvragen via de Belastingdienst. 

Je kunt ook kijken naar hoe ethisch verantwoord en hoe duurzaam je zorgverzekeraar is. Zorgverzekeraars beleggen hun geld namelijk soms in wapenhandel of fossiele energie, wat slecht is voor de wereld. Je kunt hier onderzoek naar doen via eerlijkegeldwijzer.nl.

*GGZ = geestelijke gezondheidszorg: omdat het vergoedingsverschil in de GGZ klein is, kun je zelf afwegen of een verzekering met eigen/vrije keuze relevant is. Deze zorg is onder andere deskundigenverklaring, diagnostiek en psychische hulp.

MSZ: medisch specialistische zorg: wil/krijg je chirurgische- of hormoonzorg, maar weet je nog niet waar? Kies een polis met eigen/vrije keuze, de vergoeding is hoog en je hoeft vaak niets zelf te betalen. Deze zorg is onder andere chirurgische of hormoonzorg.

Voordat je een zorgverzekering gaat afsluiten, doe hier nog zelf even goed onderzoek naar! Kies een zorgverzekeraar die het beste past bij jouw zorgbehoefte.

Wat kan ik kiezen?
We hebben de meest gebruikte genderzorg aanbieders en zorgverzekeraars, inclusief hun contracten, voor je uitgezocht. 

We hebben een aantal van de grootste zorgverzekeraars en genderzorg aanbieders genomen, dus niet allemaal. Onder elk benoemd verzekeringsconcern vallen verschillende verzekeraars, kijk op zorgwijzer.nl voor meer info hierover.

Er is in de tabel onderscheid tussen de GGZ (geestelijke gezondheidszorg) en de MSZ (medisch specialistische zorg). In de genderzorg valt het verkrijgen van een deskundigenverklaring, diagnostiek en psychische hulp onder de GGZ. Onder MSZ valt chirurgie (genderbevestigende operaties) en endocrinologie (hormoonzorg).

Heb je na deze blog nou nog vragen, of zijn dingen nog onduidelijk? Stuur Roan vooral een appje of mailtje, hij kan je hier misschien verder mee helpen! +31 6 12 29 13 63, roan@bo-diversity.com

Disclaimer: deze tabel is gemaakt met informatie die beschikbaar was op 15-12-2025, er kan ondertussen andere informatie bekend zijn. Doe dus zelf nog onderzoek hiernaar. 

2025 is coming to an end, which means that everyone who is 18 or older needs to take a look at their health insurance! Especially if you are receiving gender-affirming care, or plan to receive it in 2026

This is the moment!

2025 is coming to an end, which means that everyone who is 18 or older needs to take a look at their health insurance! Especially if you are receiving gender-affirming care, or plan to receive it in 2026. Why is this so important? Health insurers sign contracts with healthcare providers, and each insurer decides for themselves which providers they contract.

What happens if you don’t do this? You might end up paying unnecessary costs out of pocket. If your health insurer does not have a contract with the healthcare provider where you receive care, you often have to pay part of the costs yourself. By mapping out your healthcare needs and choosing a suitable health insurer, you can save a lot of money.

Good to know: Gender-affirming care (transgender healthcare) is largely covered by the basic health insurance in the Netherlands.

What should you think about and pay attention to?

Find out which gender-affirming care you want or expect to receive in 2026, and which healthcare provider(s) will deliver this care.

Check the website of the healthcare provider(s) to see which health insurers they have contracts with for 2026.

Is the provider you want to use not yet contracted? Contact your health insurer for more information, and also check with the provider themselves for clarity.

Compare different health insurance plans using an independent comparison website such as Zorgwijzer.nl.

Based on the previous steps, decide which health insurer best fits your healthcare needs.

Important dates:

31 December: Last day to cancel your current health insurance.

31 January: Last day to take out a health insurance policy for 2026.

Our tips

We generally recommend a combination policy with free choice of provider. This usually allows you to choose your own healthcare provider, even if your insurer does not have a contract with them. This is especially useful if you do not yet know which provider you will receive care from, or if you are registered with multiple providers. Without free choice, you risk that care from a specific provider will not be reimbursed, or that you will have to pay more yourself. Depending on your insurer, their contracts, and the type of care (e.g. mental healthcare or specialist medical care*), part of the costs may come out of your own pocket. Non-contracted mental healthcare is often partially reimbursed; the exact amount depends on the insurer and the chosen policy.

Set your deductible to €385 and enable payment in instalments, so you pay your deductible spread out over time. If you end up not using it, you will get this money back at the end of the year. This helps prevent having to pay a large amount all at once.

Do you have a low income? You may be eligible for healthcare allowance (zorgtoeslag). You can check and apply for this via the Dutch Tax Authority (Belastingdienst).

You can also look into how ethical and sustainable your health insurer is. Health insurers sometimes invest their money in the arms trade or fossil fuels, which is harmful to the world. You can research this via eerlijkegeldwijzer.nl.

* Mental healthcare (GGZ): because reimbursement differences within mental healthcare are relatively small, you can decide for yourself whether a policy with free choice is relevant. This type of care includes expert opinions, diagnostics, and psychological support.
* Specialist medical care (MSZ): if you want or receive surgical or hormone care but do not yet know where, choose a policy with free choice. Reimbursement is usually high and you often do not have to pay anything yourself. This includes surgical care and endocrinology (hormone treatment).

Before taking out a health insurance policy, make sure to do your own research as well! Choose the insurer that best fits your healthcare needs.

What can I choose?

We have researched the most commonly used gender-affirming care providers and health insurers for you, including their contracts.

We selected a number of the largest health insurers and gender-affirming care providers, but not all of them.

Each insurance group includes multiple insurers; check Zorgwijzer.nl for more information.In the table, a distinction is made between mental healthcare (GGZ) and specialist medical care (MSZ). Within gender-affirming care, expert opinions, diagnostics, and psychological support fall under GGZ. MSZ includes surgery (gender-affirming surgeries) and endocrinology (hormone care).

Disclaimer: this table was created using information available on 15-12-2025. New information may have become available since then. Always do your own research as well.

Do you still have questions after reading this blog, or is something unclear? Feel free to send Roan a message or an email he may be able to help you further!

The pronouns she/her and he/him have been part of our everyday language for a long time. However, more and more people no longer feel comfortable with these pronouns. They may prefer they/them or a combination of pronouns.

If you want to play the quizzes from Pro-Now, you will come across a variety of pronouns. This is because not all gender-diverse people use the same pronouns: it differs from person to person. In the quiz, you will encounter neutral, mixed, and binary pronouns.

Neutral pronouns are pronouns that are not specifically male or female. Unlike binary pronouns like he/him and she/her, they are not tied to the traditional gender binary. Many non-binary, intersex, and gender-diverse people use neutral pronouns because they feel more accurate and comfortable for their identity. A neutral pronoun is they/them

They/them pronouns have existed in English for centuries and are widely used when someone’s gender is unknown. Today, it is also an important way to respect and affirm people’s gender identities.

Mixed pronouns are combinations of two pronoun sets, such as they/she or he/they. Someone may enjoy hearing both because they do not fully identify with one or the other. It can also mean that one pronoun is acceptable in certain contexts — for example, he/him for people who do not know the person well — while they/them is preferred among trusted friends and family.

If you meet people who introduce themselves with a different order, for example they/she instead of she/they, this is often because they prefer the first pronoun more strongly. For instance, people may naturally tend to default to she/her, while the person would appreciate others consciously using the full combination instead.

Binary pronouns refer to the traditional distinction between male (he/him) and female (she/her). These are the pronouns most people are already familiar with. People can also switch between binary pronouns, which we often see with binary trans people, such as trans men and trans women.But when do you use which pronoun? When do you use them versus their? And when do you use she versus her? We’ll explain it for you below!

When someone uses they/them pronouns:


When someone uses she/her pronouns:


When someone uses he/him pronouns:


Each person’s preferred pronouns can differ, so checking and using the correct pronouns is a meaningful way to show respect and inclusivity.

De voornaamwoorden zij/haar en hij/hem zijn al een lange tijd onderdeel van ons dagelijks taalgebruik. Toch zijn er steeds meer mensen die zich niet comfortabel voelen bij deze voornaamwoorden. Zij gebruiken liever die/diens, hen/hun of een combinatie van voornaamwoorden.

Als je de quizzen van Pro-Now wil spelen, krijg je een variatie van voornaamwoorden voorgeschoteld. Dit komt doordat niet alle genderdiverse mensen dezelfde voornaamwoorden gebruiken. Dit verschilt per persoon. Je komt neutrale, dubbele en binaire voornaamwoorden tegen in de quiz.

Neutrale voornaamwoorden zijn voornaamwoorden die niet specifiek mannelijk of vrouwelijk zijn. Vaak worden deze gebruikt door non-binaire mensen en/of intersekse personen. Onder neutrale voornaamwoorden vallen die/diens, hen/hun en die/hen. Die/hen is een combinatie waarbij die/diens en hen/hun door elkaar worden gebruikt. Vaak is de afwisseling voor deze persoon gewenst. Er zijn ook mensen die voornaamwoorden kiezen op basis van de vervoegingen. In onze tool is dat bijvoorbeeld het geval bij Bi: Bi kiest voor hen/diens. Daarin is het persoonlijk, lijdend en meewerkend voornaamwoord hen en is het bezittelijk voornaamwoord diens.

Dubbele voornaamwoorden zijn combinaties van twee voornaamwoorden, zoals die/zij of hij/hen. Iemand vindt het dan prettig om allebei te horen, vaak omdat ze zich niet volledig identificeren met het een óf het ander. Ook kan het zo zijn dat het ene voornaamwoord in bepaalde contexten oké is — bijvoorbeeld ‘hij/hem’ voor mensen die de persoon niet goed kennen — maar in vertrouwde kring juist die/diens gewenst is.

Als je mensen tegenkomt die zich voorstellen met een andere volgorde, bijvoorbeeld die/zij in plaats van zij/die, is dat vaak omdat ze de voorkeur leggen bij het eerste voornaamwoord. Bijvoorbeeld omdat mensen in de praktijk geneigd zijn om toch vaker bijzij/haar te blijven, en ze het juist fijn vinden als mensen de combinatie goed en bewust inzetten.

Binaire voornaamwoorden verwijzen naar de traditionele tweedeling tussen man (hij/hem) en vrouw (zij/haar). Dit zijn de voornaamwoorden die de meeste mensen al kennen. Mensen kunnen ook wisselen van binaire voornaamwoorden, en dat zien we vaak bij trans binaire personen, zoals trans mannen en trans vrouwen.

Maar wanneer zeg je nou wat? Wanneer gebruik je hen en wanneer hun? En wanneer die en wanneer diens? We leggen het hieronder voor je uit!

Wanneer iemand die/diens voornaamwoorden gebruikt.

Wanneer iemand hen/hun voornaamwoorden gebruikt.

Wanneer iemand zij/haar voornaamwoorden gebruikt.

Wanneer iemand hij/hem voornaamwoorden gebruikt.

We hebben het allemaal vast wel eens gehoord: ‘Hallo dames en heren’. Voor veel mensen valt deze uitspraak vaak niet op, maar voor trans- en non-binaire mensen kan deze zin juist een dysforisch gevoel geven. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we iedereen op een inclusieve en prettige manier aanspreken? Door inclusief taalgebruik en gendervrije woorden te gebruiken! Waarom is dit zo belangrijk? Door inclusieve taal te gebruiken sluit je niemand buiten en betrek je iedereen in hetgeen wat je zegt of schrijft. Maar wat is dan precies gendervrij en inclusief? Dat hangt van de context af en de relatie die jij met iemand hebt. 

Veranderen naar algemene taal
Schrijf je wel eens teksten/mails of spreek je wel eens groepen mensen aan? Vermijd dan woorden zoals: dames en heren, jongens en meisjes of mevrouw en meneer. Door alleen deze woorden te gebruiken sluit je een hele groep mensen buiten. Gebruik inclusieve varianten voor deze woorden zoals, mensen, memens of medemens. Je kan ook mensen aanspreken wanneer ze een bepaalde functie uitvoeren, zoals studenten, collega’s, bezoekers, reizigers, etc. Hierdoor spreek je mensen aan zonder een gender te benoemen, dit is inclusief taalgebruik! 

Daarnaast is veel van onze taal in de mannelijke verwijsvorm geschreven, maar weten we lang niet altijd hoe we dit kunnen omzeilen. Wij laten je hieronder verschillende manieren zien om deze gendergerelateerde woorden om te buigen en zelfs niet te benoemen. Zo kan je bijvoorbeeld voor een meervoudsvorm kiezen:


Je kan ook voor een lidwoord kiezen, in plaats van voor een mannelijk bezittelijk voornaamwoord:


En dan hebben we ook nog de optie ‘die’  om te gebruiken bij zinnen met mannelijke verwijswoorden. Die is al een langere tijd een neutrale verwijzing in de Nederlandse taal.


Naast de hierboven genoemde voorbeelden zijn er nog veel meer mogelijkheden om je zinnen te veranderen in algemene taal. Het kan in het begin wennen zijn, maar hoe bewuster je je ervan wordt en hoe vaker je het gebruikt, hoe sneller je het jezelf kan aanleren!

Gendervrije familieleden
Ook woorden die familieleden aanduiden zijn vaak gebaseerd op een gender. Zo heb je vader/moeder, broer/zus, oom/tante, oma/opa, neef/nicht. Al deze woorden zitten vast aan een bepaald gender, veel trans non-binaire mensen voelen zich hier niet prettig bij. Om het je wat makkelijk te maken hebben wij een lijstje gemaakt met inclusieve/gendervrije varianten van deze woorden. Durf ook creatief te zijn en verzin voor jezelf een woord wat jij prettig vindt als trans non-binair persoon! 


In sommige situaties zijn er nog geen neutrale/inclusieve woorden bedacht. Vooral in de Nederlandse taal zien we dat we echt achterblijven in nieuwe, inclusieve termen in onze begrippenlijst. Sta hier eens bij stil en probeer nieuwe woorden te bedenken. Taal creëren we namelijk samen!

Hoor je andere mensen vaak gendergerelateerde woorden gebruiken en voel jij je hier niet prettig of comfortabel bij als medestander of trans- of non-binair persoon? Durf deze persoon hierop aan te spreken, en leg uit waarom het belangrijk is dat er inclusieve taal wordt gebruikt.

We’ve all probably heard it before: “Hello, ladies and gentlemen.” For many people, this phrase often goes unnoticed, but for trans and non-binary people, it can trigger a dysphoric feeling. So, how can we make sure to address everyone in an inclusive and pleasant way? By using inclusive language and gender-neutral words! Why is this so important? Using inclusive language ensures no one is left out and everyone feels part of what you say or write. But what exactly does “gender-neutral” and “inclusive” mean? It depends on the context and the relationship you have with the person.

Switching to general language

Do you write emails or texts, or speak in front of groups? Avoid words like “ladies and gentlemen,” “boys and girls,” or “Ms.” and “Mr.” Using just these words excludes a whole group of people. Instead, use inclusive alternatives, such as “people,” “folks,” or “everyone.” You can also address people by their role or function, such as “students,” “colleagues,” “guests,” or “travellers.” This way, you address people without assigning a gender, which is inclusive language!

Also, much of our language is written in male form, and we don’t always know how to avoid this. Below are different ways to rephrase gender-related words or avoid them altogether. For example, you can choose a plural form:


You can also choose an article instead of a male possessive pronoun:


And then there’s the option to use ‘they’, which is already a neutral term in general language.


In addition to the examples mentioned above, there are plenty of other ways to rephrase your sentences in a more inclusive language. It might feel a bit strange at first, but the more conscious you become of it and the more often you use it, the easier it will be to get the hang of it!

Gender-free family terms

Family terms are also often gender-based. For example, “father/mother,” “brother/sister,” “uncle/aunt,” “grandfather/grandmother,” “nephew/niece.” All of these words are tied to a specific gender, and many trans and non-binary people feel uncomfortable with them. To make it easier, we’ve created a list of inclusive/gender-neutral alternatives. Don’t hesitate to get creative and come up with words that feel right for you as a trans or non-binary person!


In some situations, there aren’t yet neutral or inclusive words. Especially in the Dutch language, we’re still catching up with creating new, inclusive terms. Take a moment to think about this and try coming up with new words yourself. After all, language is something we create together!

Speak up for inclusive language
Do you often hear other people use gendered words that make you feel uncomfortable, as an ally or a trans/non-binary person? Don’t hesitate to speak up and explain why it’s important to use inclusive language.

To explain transgender identities, it helps to first understand the term ‘cisgender’. If you are cisgender, your gender identity matches the sex assigned to you at birth. For transgender people, this is different. There are two main types of transgender identities:

Transgender binary people
The term “binary” means two-part, and in this context, it refers to the traditional male/female categories. You are a transgender binary person if your gender identity doesn’t align with the sex assigned at birth, but you identify with the opposite binary gender instead. In other words, a trans binary person may identify as a trans man or trans woman, fitting within the male/female categories.

Transgender non-binary people
Trans non-binary people, however, don’t identify strictly within the male/female binary. Instead, their gender identity or expression exists outside of these two categories. Examples include identities such as gender-fluid, genderqueer, polygender, bigender, demigender, and agender. Each of these identities are unique. A gender-fluid person’s identity may shift between genders over time. A demigender person partially identifies with a certain gender, but not fully. Lastly, an agender person does not experience any gender. This identity is separate from the sex assigned to them at birth, although they can always influence each other.

Social transition
When someone identifies as transgender, people often assume this means they will undergo both a social and physical transition. However, for some people, a physical transition isn’t always necessary. This is where social transition plays an important role.

A social transition involves changes in daily life that don’t require any medical or physical adjustments. It’s about aligning how others perceive someone as their true gender identity. Social transition can include changing one’s name, adopting new pronouns, changing clothing style or appearance, and adjusting behaviours or roles in social contexts. Each person’s social transition is unique and can be flexible, allowing them to add or change elements as they grow more comfortable with their gender expression.

Physical transition
A physical transition, also called a medical or bodily transition, involves medical steps to change someone’s physical characteristics to better align with their gender identity. This can include hormone therapy, surgeries, or other medical procedures such as laser hair removal or voice training. Not everyone chooses or needs a physical transition—some people feel their gender identity is best reflected through social changes without physical adjustments, while others find physical changes necessary.

For some transgender and non-binary people, both social and physical transitions are important; for others, just one type of transition may feel right. The decision to pursue a social or physical transition is highly personal. Many people experience a sense of gender euphoria—positive feelings when their gender identity is affirmed—through social or physical changes. Respect and understanding of others, including the use of correct pronouns and recognizing someone’s chosen name, can make a meaningful difference, even without physical transition.

Voordat we uitleg kunnen geven over transgender mensen, moeten we ook kort uitleggen wat cisgender is, want wat betekent deze term eigenlijk? Je bent cisgender als je genderidentiteit overeenkomt met het sekse dat je bij de geboorte hebt gekregen. Bij transgender mensen ligt het wat genuanceerder. Hier heb je namelijk twee verschillende termen voor.

Transgender binaire mensen
Binair betekent tweedeling, in deze context is de tweedeling man/vrouw. Je bent transgender binair wanneer je genderidentiteit niet overeenkomt met de sekse die bij je geboorte is toegewezen, en je je met de tegenovergestelde gender identificeert. Dit noemen we dus ook wel transman of transvrouw. Je genderidentiteit past dan binnen de man/vrouw verdeling.

Transgender non-binaire mensen
Dit is wanneer je je niet herkent in de man/vrouw verdeling en je genderidentiteit of expressie buiten deze tweedeling valt. Voorbeelden hiervan zijn: genderfluïde, genderqueer, polygender, bigender, demigender en agender. Deze identiteiten verschillen allemaal van elkaar. Zo is een genderfluïde persoon iemand wiens genderidentiteit door de tijd heen kan veranderen en dus fluctueert tussen twee of meer genders. Een demigender persoon is iemand die zich gedeeltelijk identificeert met een bepaald gender, maar niet volledig. Een agender persoon geeft aan geen gender te ervaren. Iedereen heeft een eigen identiteit. Deze identiteit staat los van de aangewezen sekse bij de geboorte, maar ze kunnen wel invloed hebben op elkaar.

Sociale transitie
Wanneer je jezelf als transgender persoon identificeert gaan mensen er vaak vanuit dat er zowel een sociale als fysieke transitie plaatsvindt. Het is echter voor sommige mensen niet ‘noodzakelijk’ om in fysieke transitie te gaan.

Een sociale transitie houdt in dat iemand veranderingen doorvoert in het dagelijks leven die geen medische of fysieke aanpassingen met zich meebrengen. Dit draait om veranderingen die de manier waarop iemand door anderen gezien, beter laten aansluiten bij hun genderidentiteit. Sociale transitie kan onder andere inhouden: naamsverandering, voornaamwoorden aanpassen, kledingstijl en uiterlijk veranderen, gedrag en rollen in sociale contexten veranderen. Een sociale transitie is persoonlijk en kan voor elke persoon anders zijn. Het is ook vaak flexibel, wat betekent dat mensen elementen kunnen toevoegen of veranderen naarmate ze zich comfortabeler voelen in hun genderexpressie.

Fysieke transitie
Een fysieke transitie, ook wel medische of lichamelijke transitie genoemd, omvat ingrepen en aanpassingen die de fysieke kenmerken van een persoon veranderen om ze beter te laten aansluiten bij hun genderidentiteit. Dit proces kan medische procedures en/of hormonale behandelingen bevatten, zoals: hormonale therapie, chirurgische ingrepen en andere medische procedures zoals laserontharing en stemtraining. Fysieke transities zijn niet noodzakelijk voor iedereen. Sommige mensen vinden dat hun genderidentiteit goed wordt weerspiegeld door sociale veranderingen zonder dat medische aanpassingen nodig zijn, terwijl anderen juist veel baat hebben bij fysieke aanpassingen.

Voor sommige trans- en non-binaire mensen zijn beide transities belangrijk, voor anderen slechts één van de twee. Het wel of niet ondernemen van een sociale of fysieke transitie is een zeer persoonlijke keuze. Veel mensen ervaren een gevoel van gendereuforie door veranderingen die hun genderidentiteit bevestigen, zowel sociaal als fysiek. Respect en begrip vanuit de omgeving, inclusief het gebruik van juiste voornaamwoorden en de erkenning van iemands gekozen naam, kunnen al een wereld van verschil maken, zelfs zonder fysieke transities.

When we talk about transgender and non-binary people, terms like ‘gender dysphoria’ and ‘gender euphoria’ are often used. But what do these terms actually mean?

Gender dysphoria as a medical term
Gender dysphoria is the term used in the DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) to describe the psychological distress that occurs when someone’s gender identity does not match the sex they were assigned at birth. Although gender dysphoria is not classified as a mental disorder, it is recognized as a diagnosis to help people access medical care if they need it. The term is used in the medical field to identify transgender and non-binary people who are eligible for gender-affirming care.

To access this care, gender dysphoria must be officially diagnosed by a psychologist or psychiatrist, who must follow the criteria in the DSM-5. This system often places gender psychologists and psychiatrists in the role of gatekeepers, meaning transgender and non-binary individuals often have to prove they are “trans enough” to receive the support needed. Many transgender and non-binary people, as well as some gender psychologists and psychiatrists, find the DSM system stigmatising and view the diagnosis requirement as an obstacle to receiving care.

In this blog, however, we want to focus on the individual experiences of gender dysphoria and gender euphoria. While we can criticise the system, we aim to make it better understandable to those who experience either discomfort or joy related to their gender identity.

The definition of gender dysphoria and gender euphoria
Gender dysphoria refers to the discomfort or psychological distress that someone feels when their gender identity doesn’t align with their assigned gender at birth. This can be both physical and social: gender dysphoria might come from feeling dissatisfied with one’s body or from social situations where a person’s gender is not recognized or affirmed.

Gender euphoria refers to the positive feelings, inner joy, and peace someone experiences when their gender identity is fully expressed. This can also be both physical and social: gender euphoria can come from physical changes that align better with one’s identity or from social recognition and validation of who someone truly is.

Examples of body dysphoria and euphoria
Body dysphoria occurs when a person feels discomfort because their body doesn’t match their gender identity. This could include feeling unhappy with one’s breasts, genitalia, or body characteristics like body hair or muscle mass that don’t align with how they see themselves. A person’s voice can also be a source of dysphoria, as well as body shapes that don’t match the desired gender identity.

Body dysphoria is generally a personal experience, but it can also occur during interactions. For example, someone might feel uncomfortable if they are touched on their shoulders or hips. In many cases, this leads to the desire for medical interventions, like surgeries or hormone treatments, to make the body align more with one’s gender experience. These physical changes can lead to body euphoria, which is the joy or satisfaction someone feels when their body or expression matches their gender identity. Examples of body euphoria include the happiness someone feels when their body changes through hormone treatment or when they feel proud and comfortable in clothing that reflects their gender identity.

Examples of social dysphoria and euphoria
Social dysphoria can occur when someone is not treated as the gender they identify with. This type of dysphoria might happen when someone is misgendered with the wrong pronouns or forced to choose between gendered spaces, such as public restrooms or changing rooms. Social euphoria happens when someone feels seen and heard by others or in certain spaces. By addressing someone with their correct name and pronouns, you contribute to the social gender euphoria of transgender and non-binary people.

Do you need to experience dysphoria to feel euphoria?
No, you don’t have to experience dysphoria to experience euphoria, or vice versa. Not everyone feels bodily or social dysphoria. For example, some demigirls and demiboys may identify with being female or male physically but not with the social gender norms, roles, and expectations attached to those identities. Cisgender people might experience gender euphoria but usually don’t experience gender dysphoria, as they typically don’t encounter situations where their gender is misinterpreted.

Not every gender identity will experience the same types of dysphoria or euphoria, as these experiences vary from person to person. For example, not all transgender men experience body dysphoria related to their primary sex characteristics. Some people think that with a certain gender identity, there should come certain expectations—for example, transgender women should have a higher voice, breasts, no facial hair, and a vulva, or non-binary people should appear androgynous and not “too masculine” or “too feminine.” These are stereotypical norms that come from the binary gender system that dominates society, and it’s important to let go of these assumptions.

Gender dysphoria and gender euphoria are personal experiences, so don’t make assumptions. What you can do is ask someone what can make them feel dysphoric and how you can contribute to their gender euphoria.

Als we het hebben over trans- en non-binaire mensen worden termen als ‘genderdysforie’ en ‘gendereuforie’ regelmatig gebruikt, maar wat betekenen deze nou eigenlijk? 

Genderdysforie als medische term
Genderdysforie is de term die in de DSM-5 wordt gebruikt om het psychische lijden te beschrijven dat kan ontstaan wanneer iemands genderidentiteit niet overeenkomt met het bij de geboorte toegewezen geslacht. Hoewel genderdysforie geen psychische aandoening is, wordt het erkend als diagnose om toegang tot medische zorg mogelijk te maken voor wie dat nodig heeft. De term genderdysforie wordt in de medische wereld gebruikt om trans- en non-binaire personen aan te duiden die in aanmerking komen voor genderbevestigende zorg.

Om toegang te krijgen tot deze zorg, moet genderdysforie officieel worden vastgesteld door een psycholoog of psychiater, waarbij aan de classificatiecriteria in de DSM-5 voldaan moet worden. Dit systeem maakt genderpsychologen en psychiaters symbolisch gezien de poortwachters van de zorg, waarbij trans- en non-binaire personen vaak moeten bewijzen dat ze ‘trans genoeg’ zijn om de juiste ondersteuning te krijgen. Veel trans- en non-binaire mensen, maar ook genderpsychologen en psychiaters zelf, ervaren het DSM-systeem als stigmatiserend en ervaren de diagnose-eis als een obstakel op weg naar zorg.

In deze blog willen we het vooral hebben over de individuele beleving van genderdysforie en gendereuforie. We kunnen het systeem bekritiseren, maar we willen het vooral begrijpbaar maken wanneer iemand genderdysforie of gendereuforie ervaart. We vertellen je daarom graag over de innerlijke ervaringen van ongemak én vreugde rond je genderidentiteit.

De definitie van genderdysforie en gendereuforie
Genderdysforie verwijst naar het ongemak of psychische lijden dat iemand kan ervaren wanneer hun genderidentiteit niet (voldoende) tot uitdrukking komt. Deze ervaring kan zowel lichamelijk als sociaal zijn: genderdysforie kan voortkomen uit een gevoel van onvrede met het eigen lichaam, maar ook uit sociale situaties waarin iemands gender niet wordt erkend of bevestigd.

Gendereuforie verwijst naar de positieve gevoelens, innerlijke vreugde en gemoedsrust die iemand ervaart wanneer hun genderidentiteit wel (volledig) tot uitdrukking komt. Ook dit kan zowel lichamelijk als sociaal zijn: gendereuforie kan ontstaan door lichamelijke veranderingen die beter aansluiten bij de eigen identiteit, maar ook door sociale erkenning en bevestiging van wie iemand werkelijk is.

Voorbeelden van lichaamsdysforie en -euforie 
Lichaamsdysforie uit zich in ongemak door het gevoel dat het lichaam niet past bij de genderidentiteit. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand ongemak ervaart bij diens borsten, geslachtskenmerken, of wanneer lichamelijke kenmerken zoals lichaamsbeharing of spiermassa niet overeenkomen met hoe die zichzelf voelt. Ook de stem kan een bron van dysforie zijn, evenals lichaamsvormen die niet aansluiten bij de gewenste genderidentiteit. 

Lichaamsdysforie is over het algemeen een individuele ervaring, maar het kan ook ontstaan bij interactie. Bijvoorbeeld als iemand wordt aangeraakt bij de schouders of heupen. In veel gevallen leidt dit tot de wens voor medische aanpassingen, zoals operaties of hormoonbehandelingen. Dit om het lichaam meer in overeenstemming te brengen met de eigen genderbeleving. Deze lichamelijke veranderingen kunnen leiden tot lichaamseuforie. ​Lichaamseuforie is de vreugde of voldoening die iemand ervaart wanneer het lichaam of de expressie matcht met de genderidentiteit. Voorbeelden zijn het ervaren van geluk wanneer het lichaam verandert door hormoonbehandeling, of wanneer iemand zich trots en comfortabel voelt in kleding die de genderidentiteit weerspiegelt.

Voorbeelden van sociale dysforie en euforie
Sociale dysforie kan optreden wanneer iemand niet wordt behandeld als het gender waarmee die zich identificeert. Deze vorm van dysforie kan plaatsvinden als iemand met de verkeerde voornaamwoorden wordt aangesproken, of als iemand een keuze moet maken tussen gescheiden ruimtes, zoals publieke toiletten of kleedkamers. Sociale euforie ontstaat wanneer iemand zich gezien en gehoord voelt door een ander of bij faciliteiten. Door iemand aan te spreken met de juiste naam en voornaamwoorden, draag jij dus bij aan de sociale gendereuforie van trans- en non-binaire persoon. 

Moet je dysforie ervaren om euforie te voelen?
Nee, iemand hoeft niet per se dysforie te ervaren om euforie te kunnen voelen, of andersom. Ook niet iedereen ervaart lichamelijke of sociale dysforie. Dit zie je bijvoorbeeld vaak bij demigirls en demiboys. Zij kunnen zich bijvoorbeeld wel lichamelijk identificeren met het vrouw of man zijn, maar niet met de sociale gendernormen, rollen en verwachtingen die hier vanuit de maatschappij bij horen. Ook kunnen cisgender mensen bijvoorbeeld wel gendereuforie ervaren, maar ervaren zij (vaak) geen genderdysforie. Zij komen meestal ook niet in situaties of omgevingen waarin het gender verkeerd geïnterpreteerd kan worden. 

Niet iedere genderidentiteit hoeft dezelfde soorten dysforie of euforie te ervaren. Dit verschilt per persoon. Zo hoeven bijvoorbeeld niet alle transgender mannen lichaamsdysforie te ervaren rondom hun primaire geslachtskenmerken. Sommige mensen hebben het idee dat als iemand een bepaalde genderidentiteit heeft, dat diegene dan moet voldoen aan een bepaalde verwachting. Zo moeten transgender vrouwen een hoge stem, borsten, geen baard en een vulva krijgen en moeten non-binaire mensen er androgyn uitzien, niet ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’. Dit zijn stereotype normen die voortkomen uit het binaire gendersysteem dat heerst in de maatschappij. Het is belangrijk om dit los te laten. 

Genderdysforie en gendereuforie zijn individuele en persoonsafhankelijke ervaringen, maak geen aannames. Wat jij kan doen, is vragen wat voor iemand dysforisch is en hoe je bij kan dragen aan diens gendereuforie.